Art. 8 Verordening (EU) nr. 1092/2010, Beroepsgeheim
Verordening (EU) nr. 1092/2010
1. Leden van de algemene raad en welke andere personen ook die voor of in verband met het ESRB werkzaamheden verrichten of hebben verricht (onder meer het desbetreffende personeel van centrale banken, het wetenschappelijk adviescomité, het technisch adviescomité, de ESA’s en de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten), maken informatie die onder het beroepsgeheim valt niet openbaar, zelfs niet na afloop van hun functie.
2. Door leden van het ESRB verkregen informatie mag alleen in de loop van en in het kader van het vervullen van hun in artikel 3, lid 2, vastgestelde taken worden gebruikt.
3. Onverminderd artikel 16 en de toepassing van het strafrecht mogen vertrouwelijke gegevens waarvan de in lid 1 bedoelde personen beroepshalve kennis krijgen, aan geen enkele persoon of autoriteit bekend worden gemaakt, behalve in een samengevatte of geaggregeerde vorm zodat individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd.
4. Het ESRB stelt samen met de ESA’s specifieke vertrouwelijkheidsprocedures vast en voert deze in, ter beveiliging van informatie over individuele financiële instellingen en informatie waarmee individuele financiële instellingen kunnen worden geïdentificeerd.