Art. 6 Verordening (EU) nr. 1092/2010, Algemene raad

Verordening (EU) nr. 1092/2010

1. De stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:

a) de president en de vicepresident van de ECB;

b) de presidenten van de nationale centrale banken;

c) een lid van de Commissie;

d) de voorzitter van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit);

e) de voorzitter van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit verzekeringen en bedrijfspensioenen);

f) de voorzitter van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit effecten en markten);

g) de voorzitter en de twee vicevoorzitters van het wetenschappelijk adviescomité;

h) de voorzitter van het technisch adviescomité.

2. De niet-stemgerechtigde leden van de algemene raad zijn:

a) per lidstaat één vertegenwoordiger op hoog niveau van de bevoegde nationale toezichthoudende autoriteiten, overeenkomstig lid 3;

b) de voorzitter van het Economisch en Financieel Comité (EFC).

3. Met betrekking tot de vertegenwoordiging van de nationale toezichthoudende autoriteiten uit hoofde van lid 2, onder a), rouleren de desbetreffende vertegenwoordigers op hoog niveau, afhankelijk van de te bespreken onderwerpen, tenzij de nationale toezichthoudende autoriteiten van een bepaalde lidstaat besloten hebben om een gezamenlijke vertegenwoordiger aan te wijzen.

4. De algemene raad stelt het reglement van orde van het ESRB vast.

Vorige artikelen

Volgende artikelen