Art. 42 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Specifieke voorschriften om het risico van marktmisbruik te beperken

Verordening (EU) nr. 1031/2010

1. Het veilingplatform, de veiler en de veilingtoezichthouder stellen ieder voor zich een lijst op van de krachtens een arbeidsovereenkomst of anderszins voor hen werkzame personen die over voorwetenschap kunnen beschikken. Het veilingplatform werkt zijn lijst regelmatig bij en doet deze toekomen aan de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waarin het is gevestigd wanneer die autoriteit daarom verzoekt. De veiler en de veilingtoezichthouder werken ieder voor zich hun lijst regelmatig bij en doen deze toekomen aan de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waarin het veilingplatform is gevestigd en aan die van de lidstaat van vestiging van de veiler of de veilingtoezichthouder, zoals bepaald in hun respectieve aanwijzingscontracten, wanneer de desbetreffende bevoegde nationale autoriteiten daarom verzoeken.

2. Personen met leidinggevende verantwoordelijkheden bij het veilingplatform, de veiler of de veilingtoezichthouder, alsook, in voorkomend geval, personen die nauw met hen gelieerd zijn, stellen ten minste de in lid 1 bedoelde bevoegde nationale autoriteit in kennis van de voor hun rekening uitgebrachte, gewijzigde of ingetrokken biedingen met betrekking tot de veilingproducten, daarvan afgeleide producten en andere daarmee verbonden financiële instrumenten.

3. Personen die onderzoek verrichten of de resultaten van onderzoek verspreiden met betrekking tot de veilingproducten, alsook personen die andere voor distributiekanalen of voor het publiek bestemde informatie voortbrengen of verspreiden waarin beleggingsstrategieën worden aanbevolen of voorgesteld, treffen redelijke maatregelen om te waarborgen dat die informatie een juiste voorstelling van zaken biedt, maken hun belangen bekend en geven belangenconflicten ten aanzien van de veilingproducten aan.

4. Het veilingplatform treft structurele voorzieningen om marktmanipulatiepraktijken te voorkomen en aan het licht te brengen.

5. De in artikel 59, lid 1, bedoelde personen die een redelijk vermoeden hebben dat een transactie handel met voorwetenschap of marktmanipulatie inhoudt, stellen onverwijld de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd daarvan in kennis.

Vorige artikelen

Volgende artikelen