Art. 2 Richtlijn 2010/76/EU, Wijziging van Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2010/76/EU

Richtlijn 2006/49/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. aan artikel 3, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt toegevoegd:

„t) „securitisatiepositie” en „hersecuritisatiepositie”: securitisatiepositie en hersecuritisatiepositie als omschreven in Richtlijn 2006/48/EG.”;

2. in artikel 17, lid 1, eerste alinea, wordt de aanhef vervangen door:

„Wanneer een instelling risicogewogen posten berekent voor de toepassing van bijlage II bij deze richtlijn overeenkomstig de artikelen 84 tot en met 89 van Richtlijn 2006/48/EG, geldt voor de berekening volgens bijlage VII, deel 1, punt 36, van Richtlijn 2006/48/EG het volgende:”;

3. artikel 18, lid 1, onder a), wordt vervangen door:

„a) de kapitaalvereisten berekend overeenkomstig de methoden en werkwijzen als omschreven in de artikelen 28 tot en met 32 en de bijlagen I, II en VI en, in voorkomend geval, bijlage V, met betrekking tot hun handelsportefeuille, en in bijlage II, punten 1 tot en met 4, met betrekking tot hun niet-handelsportefeuille;”;

4. de titel van hoofdstuk VIII, deel 2, wordt vervangen door:

„Gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen”;

5. artikel 41, lid 2, wordt vervangen door:

„2. De in lid 1 bedoelde maatregelen worden vastgesteld via gedelegeerde handelingen overeenkomstig de artikelen 42 bis, en op voorwaarde van het bepaalde in de artikelen 42 ter en 42 quater.”;

6. artikel 42, lid 2, wordt geschrapt;

7. de volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 42 bis

Uitvoering van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om de in artikel 41 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend gedurende een periode van 4 jaar vanaf 15 december 2010. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vier jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De delegatie van bevoegdheden wordt automatisch met termijnen van gelijke duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad deze overeenkomstig artikel 42 ter herroepen.

2. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

3. De bevoegdheid gedelegeerde handelingen aan te nemen wordt de Commissie verleend onder de voorwaarden zoals beschreven in de artikelen 42 ter en 42 quater.

Artikel 42 ter

Intrekking van de bevoegdheidsdelegatie

1. De in artikel 41 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.

2. De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheidsdelegatie wenst in te trekken, beijvert zich om de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte te stellen en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken.

3. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt onmiddellijk in werking of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 42 quater

Bezwaar tegen gedelegeerde handelingen

1. Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar aantekenen binnen drie maanden na de datum van kennisgeving daarvan. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met drie maanden verlengd.

2. Indien noch het Europees Parlement noch de Raad bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn bezwaar hebben aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin vermelde datum. De gedelegeerde handeling kan in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd en in werking treden vóór het verstrijken van die periode als het Europees Parlement en de Raad beide de Commissie ervan op de hoogte hebben gesteld geen bezwaar te zullen maken.

3. Indien het Europees Parlement of de Raad binnen de in lid 1 bedoelde termijn bezwaar aantekent tegen een gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. Overeenkomstig artikel 296 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vermeldt de instelling die bezwaar tegen de gedelegeerde handeling maakt, de redenen daarvan.”;

8. artikel 47 wordt vervangen door:

„Tot en met 30 december 2011 of enige eerdere, door de bevoegde autoriteiten per geval vastgestelde datum mogen instellingen, die vóór 1 januari 2007 erkenning hebben gekregen voor een specifiek risicomodel, overeenkomstig bijlage V, punt 1, voor die bestaande erkenning bijlage V, punten 4 tot en met 8 van bijlage VIII van Richtlijn 96/6/EEG behandelen zoals deze luidden vóór 1 januari 2007.”;

9. de bijlagen worden gewijzigd zoals aangegeven in bijlage II bij deze richtlijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen