Art. 2 Richtlijn 2010/30/EU, Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
a) „energiegerelateerd product”, hierna „product” genoemd: elk in de Unie in de handel gebracht en/of in gebruik genomen goed dat tijdens het gebruik een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in onder deze richtlijn vallende energiegerelateerde producten te worden ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers in de handel worden gebracht en/of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
b) „fiche”: een standaardtabel met informatie betreffende een product;
c) „andere belangrijke hulpbronnen”: water, chemische stoffen en alles wat een product bij normaal gebruik voorts verbruikt;
d) „aanvullende informatie”: andere informatie over de prestaties en kenmerken van een product, die verband houdt met het energieverbruik van het product of het verbruik van andere belangrijke hulpbronnen, of die nuttig is om zulks te evalueren, en die is gebaseerd op meetbare gegevens;
e) „direct effect”: het effect van producten die werkelijk energie verbruiken tijdens het gebruik;
f) „indirect effect”: het effect van producten die geen energie verbruiken, maar die bijdragen tot energiebehoud tijdens het gebruik;
g) „handelaar”: een detailhandelaar of andere persoon die producten aan eindgebruikers verkoopt, verhuurt, in huurkoop aanbiedt of voor hen uitstalt;
h) „leverancier”: de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger in de Unie of de invoerder die het product in de Unie in de handel brengt of in gebruik neemt. Bij gebreke daarvan wordt iedere natuurlijke of rechtspersoon die onder deze richtlijn vallende producten in de handel brengt of in gebruik neemt, als leverancier beschouwd;
i) „in de handel brengen”: een product voor het eerst op de markt van de Unie aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan binnen de Unie, ongeacht de verkooptechniek;
j) „ingebruikneming”: het eerste gebruik van een product in de Unie, overeenkomstig het gebruiksdoel;
k) „onrechtmatig gebruik van het etiket”: ieder gebruik van het etiket, anders dan door autoriteiten van een lidstaat of door instellingen van de Unie, op een wijze waarin niet is voorzien in deze richtlijn, noch in enige gedelegeerde handeling.