Art. 2 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 812/2013, Definities
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 812/2013
In aanvulling op de in artikel 2 van Richtlijn 2010/30/EU vastgestelde definities gelden voor de doeleinden van deze verordening de volgende definities:
1. „waterverwarmingstoestel”: een inrichting die
a) gekoppeld is aan een externe voorziening van drinkwater of water voor sanitaire doeleinden;
b) warmte genereert en overbrengt om warm drinkwater of warm water voor sanitaire doeleinden op bepaalde temperaturen, in bepaalde hoeveelheden en aan bepaalde debieten met bepaalde tussenpozen af te leveren; en
c) uitgerust is met één of meerdere warmtegeneratoren;
2. „warmtegenerator”: het onderdeel van een waterverwarmingstoestel dat de warmte genereert via één of meerdere van de volgende processen:
a) verbranding van fossiele brandstoffen en/of biobrandstoffen;
b) gebruik van het joule-effect in verwarmingselementen met elektrische weerstand;
c) opvangen van omgevingswarmte uit een luchtbron, waterbron of grondbron, en/of afvalwarmte;
3. „nominale warmteafgifte”: de aangegeven warmteafgifte van het waterverwarmingstoestel bij het voorzien van waterverwarming onder nominale standaardomstandigheden, uitgedrukt in kW;
4. „opslagvolume” (V): het nominale volume van een warmwatertank, uitgedrukt in liter;
5. „nominale standaardomstandigheden”: de functioneringsomstandigheden van waterverwarmingstoestellen voor de vaststelling van de nominale warmteafgifte, de energie-efficiëntie van waterverwarming en het geluidsvermogensniveau, en van warmwatertanks voor de vaststelling van het warmhoudverlies;
6. „biomassa”: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische herkomst uit de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;
7. „biobrandstof”: een gasvormige of vloeibare brandstof die gewonnen is uit biomassa;
8. „fossiele brandstof”: een gasvormige of vloeibare brandstof van fossiele oorsprong;
9. „warmwatertank”: een vat voor het opslaan van warm water met als doel het opwarmen van water en/of ruimten, met inbegrip van toebehoren, dat niet is uitgerust met een warmtegenerator, met uitzondering van eventueel één of meerdere reservedompelaars;
10. „reservedompelaar”: een verwarmingselement met elektrische weerstand waarvan de werking berust op het joule-effect, dat onderdeel is van een warmwatertank en dat uitsluitend warmte genereert wanneer de werking van de externe warmtebron verstoord is (zoals tijdens onderhoud) of wanneer die bron buiten werking is, of dat onderdeel is van een warmwatertank op zonne-energie, dat warmte opwekt wanneer de energiebron op zonne-energie niet toereikend is om voor het vereiste comfortniveau te zorgen;
11. „zonne-energie-installatie”: een systeem uitsluitend op zonne-energie, een zonnecollector, een warmwatertank op zonne-energie of een pomp in het collectorcircuit, dat afzonderlijk in de handel wordt gebracht;
12. „systeem uitsluitend op zonne-energie”: een installatie die is uitgerust met één of meerdere zonnecollectoren en warmwatertanks op zonne-energie, en eventuele pompen in het collectorcircuit en andere onderdelen, die in de handel wordt gebracht als één eenheid en is niet uitgerust met een warmtegenerator, met uitzondering van eventueel één of meerdere reservedompelaars;
13. „pakket van waterverwarmingstoestel en zonne-energie-installatie”: een combinatie die aan de eindgebruiker wordt aangeboden met één of meerdere waterverwarmingstoestellen en één of meerdere zonne-energie-installaties;
14. „energie-efficiëntie van waterverwarming” (ηwh ): de verhouding tussen de nuttige energie die door een waterverwarmingstoestel of een pakket van waterverwarmingstoestel en zonne-energie-installatie geleverd wordt en de energie die nodig is voor het genereren van die energie, uitgedrukt in %;
15. „geluidsvermogensniveau” (LWA ): het A-gewogen geluidsvermogensniveau, binnen en/of buiten, uitgedrukt in dB;
16. „warmhoudverlies” (S): het verwarmingsvermogen dat een warmwatertank bij bepaalde water- en omgevingstemperaturen verliest, uitgedrukt in W;
17. „waterverwarmingstoestel met warmtepomp”: een waterverwarmingstoestel dat omgevingswarmte van een luchtbron, waterbron of grondbron, en/of afvalwarmte gebruikt voor het opwekken van warmte.
Voor de doeleinden van de bijlagen II tot en met IX worden bijkomende definities vastgesteld in bijlage I.