Art. 3 Richtlijn 2010/30/EU, Verantwoordelijkheden van de lidstaten
1. Elke lidstaat zorgt ervoor dat:
a) dat alle op hun grondgebied gevestigde leveranciers en handelaren aan hun verplichtingen als bedoeld in de artikelen 5 en 6 voldoen;
b) dat, met betrekking tot de producten die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, indien dit tot misleiding of verwarring bij de eindgebruikers over het verbruik van energie of, waar van toepassing, andere essentiële hulpbronnen tijdens het gebruik kan leiden, het aanbrengen van andere etiketten, merktekens, symbolen of opschriften die niet voldoen aan de eisen van deze richtlijn en van de desbetreffende gedelegeerde handelingen, verboden wordt;
c) dat de invoering van het systeem van etiketten en fiches met betrekking tot het energieverbruik of -behoud gepaard gaat met educatieve voorlichtingscampagnes en promotiecampagnes om energie-efficiëntie en een meer verantwoord energiegebruik door eindgebruikers te stimuleren;
d) dat passende maatregelen worden genomen om de betrokken nationale of regionale instanties die voor de uitvoering van deze richtlijn verantwoordelijk zijn, ertoe aan te moedigen onderling samen te werken en elkaar en de Commissie informatie te verstrekken teneinde bij te dragen tot de goede werking van deze richtlijn. De administratieve samenwerking en uitwisseling van informatie geschieden met maximale gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen, dienen kosteneffectief te zijn en kunnen door relevante EU-programma’s worden ondersteund. Die samenwerking zal de veiligheid en betrouwbaarheid van de verwerking garanderen, alsmede, waar nodig, de bescherming van gevoelige informatie die tijdens de procedure werd verstrekt. De Commissie neemt passende maatregelen om de in dit punt bedoelde samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en te ondersteunen.
2. Wanneer een lidstaat vaststelt dat een product niet voldoet aan de in deze richtlijn en de uitvoeringsmaatregelen bepaalde vereisten inzake etikettering en fiches, is de leverancier verplicht ervoor te zorgen dat het product aan die vereisten voldoet onder de door die lidstaat bepaalde doeltreffende en evenredige voorwaarden.
Als er voldoende bewijs is dat een product mogelijk niet aan de vereisten voldoet, neemt de lidstaat in kwestie de nodige preventieve maatregelen, alsmede maatregelen die gericht zijn op het naleven van de vereisten binnen een precies tijdschema, rekening houdend met het veroorzaakte nadeel.
Wanneer de niet-naleving voortduurt, beperkt of verbiedt de betrokken lidstaat het in de handel brengen en/of in gebruik nemen van het product in kwestie of zorgt hij ervoor dat het product uit de handel wordt genomen. Indien het product uit de handel wordt genomen of niet in de handel mag worden gebracht, worden de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.
3. Om de vier jaar dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in met nadere gegevens over hun handhavingsactiviteiten en de mate van naleving binnen hun grondgebied.
De Commissie kan de details van de gemeenschappelijke inhoud van die verslagen vastleggen door richtsnoeren uit te vaardigen.
4. De Commissie verstrekt regelmatig een synthese van die verslagen aan het Europees Parlement en aan de Raad bij wijze van informatie.