Art. 20 Besluit 2010/413/EU
1. Alle tegoeden en economische middelen die direct of indirect in het bezit zijn, eigendom zijn, of onder het beheer staan van de hierna vermelde personen of entiteiten worden bevroren:
a) personen en entiteiten die op de lijst staan van de bijlage bij VNVR-Resolutie 1737 (2006), en bijkomende personen of entiteiten die door de Veiligheidsraad of het Comité overeenkomstig punt 12 van VNVR-Resolutie 1737 (2006) en punt 7 van VNVR-Resolutie 1803 (2008) op een lijst zijn geplaatst, alsmede de leden en de entiteiten van de Islamitische Revolutionaire Garde en entiteiten van de Islamic Republic of Iran Shipping Lines die door de Veiligheidsraad of het Comité zijn aangewezen, als vermeld in bijlage I;
b) niet onder bijlage I vallende personen en entiteiten die zich bezighouden met, rechtstreeks betrokken zijn bij, dan wel steun verlenen aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran of de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, mede doordat zij betrokken zijn bij de aanschaf van voorwerpen, goederen, uitrusting, materialen en technologie waarvoor een verbod geldt, dan wel personen of entiteiten die namens hen of op hun aanwijzing handelen of entiteiten ten aanzien waarvan zij - ook op onrechtmatige wijze - de eigendom of de zeggenschap hebben, of personen en entiteiten die op een lijst geplaatste personen of entiteiten hebben geholpen om de bepalingen van VNVR-Resoluties 1737 (2006), 1747 (2007), 1803 (2008) en 1929 (2010) of dit besluit te ontwijken of te overtreden, alsmede andere hooggeplaatste leden en entiteiten van de Islamitische Revolutionaire Garde en de Islamic Republic of Iran Shipping Lines en entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van of optreden namens deze, als vermeld in bijlage II.
2. Tegoeden of economische middelen worden, direct noch indirect, aan of ten behoeve van de in lid 1 bedoelde personen en entiteiten ter beschikking gesteld.
3. Uitzonderingen kunnen worden toegestaan voor tegoeden en economische middelen die:
a) noodzakelijk zijn om te voorzien in basisbehoeften, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen en geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en openbare nutsvoorzieningen;
b) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten;
c) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten, overeenkomstig het nationaal recht, voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden en economische middelen.
De uitzondering wordt toegestaan nadat de betrokken lidstaat het Comité kennis heeft gegeven van zijn voornemen om, naar gelang van het geval, de toegang tot de tegoeden en economische middelen toe te staan, en het Comité niet binnen vijf werkdagen na de kennisgeving een negatief besluit heeft genomen.
4. Tevens kunnen uitzonderingen worden toegestaan voor tegoeden en economische middelen die:
a) noodzakelijk zijn ter dekking van buitengewone uitgaven, na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Comité en goedkeuring door het Comité;
b) het voorwerp zijn van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht of vonnis, in welk geval de tegoeden en economische middelen kunnen worden gebruikt om het retentierecht uit te oefenen of het vonnis ten uitvoer te leggen, mits het retentierecht of het vonnis dateert van vóór de datum van inwerkingtreding van VNVR-Resolutie 1737 (2006), en niet ten goede komt aan een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit; de uitzondering wordt toegestaan na kennisgeving door de betrokken lidstaat aan het Comité;
c) noodzakelijk zijn voor activiteiten die rechtstreeks verband houden met de voorwerpen vermeld in VNVR-Resolutie 1737 (2006), punt 3, subpunt b), subpunten i) en ii), voor lichtwaterreactoren waarmee vóór december 2006 is begonnen.
5. Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
a) rente of andere inkomsten op die rekeningen; of
b) betalingen op bevroren rekeningen die verschuldigd zijn uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of zijn ontstaan vóór de datum waarop beperkende maatregelen op die rekeningen van toepassing zijn geworden;
op voorwaarde dat lid 1 van toepassing blijft op deze rente, andere inkomsten en betalingen.
6. Lid 1 belet niet dat een op een lijst geplaatste persoon of entiteit betalingen doet die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract dat is gesloten voordat de persoon of entiteit op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat:
a) het contract geen verband houdt met verboden voorwerpen, materialen, uitrusting, goederen, technologie, bijstand, opleiding, financiële bijstand, investeringen, tussenhandel en diensten, bedoeld in artikel 1;
b) de betaling niet rechtstreeks of middellijk wordt ontvangen door een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit;
en nadat de betrokken lidstaat het Comité kennis heeft gegeven van zijn voornemen de betaling te verrichten of te ontvangen, dan wel te dien einde, naar gelang van het geval, toestemming te verlenen tot het vrijgeven van de bevroren tegoeden of economische middelen, tien werkdagen voordat de toestemming wordt verleend.