Art. 74 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Uitvoering van inspecties
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. De lidstaten stellen een lijst op van voor de uitvoering van inspecties verantwoordelijke functionarissen en werken deze regelmatig bij.
2. De functionarissen voeren hun taken uit in overeenstemming met het Gemeenschapsrecht. Zij voeren op niet-discriminerende wijze inspecties uit op zee, in havens, tijdens het vervoer, in verwerkingsinrichtingen en bij de afzet van de visserijproducten.
3. De functionarissen controleren met name:
a) de wettigheid van de aan boord gehouden, opgeslagen, vervoerde, verwerkte of afgezette vangst en de juistheid van de gegevens in de desbetreffende documenten of elektronische berichten;
b) de wettigheid van het voor de doelsoorten en de aan boord gehouden vangsten gebruikte vistuig;
c) in voorkomend geval, het opslagschema en de gescheiden opslag van soorten;
d) de markering van vistuig; en
e) de in artikel 40 bedoelde informatie over de motor.
4. De functionarissen mogen alle relevante zones, dekken en vertrekken onderzoeken. Zij mogen ook al dan niet verwerkte vangsten, netten of ander vistuig, uitrusting, containers en verpakkingen die vis of visserijproducten bevatten, en alle relevante documenten of elektronische berichten die zij nodig achten om na te gaan of de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid worden nageleefd, onderzoeken. Zij kunnen ook personen ondervragen die geacht worden informatie te hebben over de te inspecteren materie.
5. De functionarissen voeren de inspecties zo uit dat het vaartuig of het vervoermiddel en de activiteiten daarvan, alsook de opslag, verwerking en afzet van de vangst zo weinig mogelijk worden gestoord of gehinderd. Zij voorkomen, voor zover mogelijk, dat de vangst tijdens de inspectie kwaliteitsverlies lijdt.
6. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name de bepalingen inzake de methode en de uitvoering van inspecties, worden vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.