Art. 71 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Door de lidstaten verrichte waarnemingen op zee en constateringen
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. De lidstaten zorgen voor de bewaking van onder hun soevereiniteit of jurisdictie vallende communautaire wateren en doen dit aan de hand van:
a) waarnemingen van vissersvaartuigen door inspectievaartuigen of bewakingsvliegtuigen,
b) een volgsysteem voor vaartuigen als bedoeld in artikel 9, of
c) andere constaterings- en identificatiemethoden.
2. Als de uit de waarneming of constatering voortvloeiende gegevens niet overeenstemmen met de overige gegevens waarover de lidstaat beschikt, verricht de lidstaat alle onderzoeken die nodig kunnen zijn om een passende follow-up vast te stellen.
3. Als de waarneming of constatering betrekking heeft op een vissersvaartuig van een andere lidstaat of van een derde land en de gegevens niet stroken met de overige gegevens waarover de kustlidstaat beschikt en als die kustlidstaat geen verdere actie kan ondernemen, legt hij zijn bevindingen in een bewakingsverslag neer, dat hij onmiddellijk, indien mogelijk elektronisch, aan de vlaggenlidstaat of het betrokken derde land toestuurt. Als het om een vaartuig van een derde land gaat, wordt het bewakingsverslag ook aan de Commissie of de door haar aangewezen instantie toegestuurd.
4. Als een functionaris van een lidstaat waarneemt of constateert dat een vissersvaartuig betrokken is bij activiteiten die als een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid kunnen worden beschouwd, stelt hij onmiddellijk een bewakingsverslag op, dat hij naar de bevoegde autoriteiten stuurt.
5. De inhoud van het bewakingsverslag wordt vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.