Art. 68 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Invullen en overleggen van het vervoersdocument
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Alle niet verwerkte of aan boord verwerkte visserijproducten die in de Gemeenschap worden aangeland, waarvoor noch een verkoopdocument, noch een aangifte van overname is overgelegd overeenkomstig de artikelen 62, 63, 66 en 67 en die naar een andere plaats dan de plaats van aanlanding worden vervoerd, gaan vergezeld van een door de vervoerder opgesteld document totdat de eerste verkoop heeft plaatsgevonden. De vervoerder legt binnen 48 uur na het laden een vervoersdocument voor aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de aanlanding heeft plaatsgevonden of aan andere door hen gemachtigde instanties.
2. De vervoerder wordt vrijgesteld van de verplichting het vervoersdocument dat visserijproducten vergezelt, in zijn bezit te hebben, indien vóór het begin van het vervoer met elektronische middelen een vervoersdocument is toegezonden aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat. De gegevens worden ter beschikking gesteld van de functionarissen van de vlaggenlidstaat die, ingeval de producten naar een andere lidstaat worden vervoerd dan de lidstaat van aanlanding, het vervoersdocument onmiddellijk na ontvangst toezenden aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die producten, zoals aangegeven, voor het eerst op de markt worden gebracht.
3. Als de producten naar een andere lidstaat worden vervoerd dan de lidstaat van aanlanding, legt de vervoerder binnen 48 uur na het laden van de visserijproducten ook een kopie van het vervoersdocument voor aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan die producten, zoals aangegeven, voor het eerst op de markt worden gebracht. De lidstaat waar de producten voor het eerst op de markt worden gebracht, kan de lidstaat van aanlanding hieromtrent om nadere informatie verzoeken.
4. De vervoerder is verantwoordelijk voor de juistheid van het transportdocument.
5. Op het vervoersdocument worden de volgende gegevens vermeld:
a) de plaats van bestemming van de zending(en) en de gegevens van het vervoermiddel;
b) het extern identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig dat de producten heeft aangeland;
c) de FAO-drielettercode van elke soort en het betrokken geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan;
d) de hoeveelheden van iedere vervoerde soort in kilogrammen productgewicht, gespecificeerd naar aanbiedingsvorm van het product of, indien mogelijk, het aantal vissen;
e) de naam en het adres van de geadresseerde;
f) plaats en datum van lading van de goederen.
6. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen vrijstelling van de in lid 1 vastgestelde verplichting verlenen als de visserijproducten binnen een havengebied of over een afstand van ten hoogste 20 km van de plaats van aanlanding worden vervoerd.
7. Als visserijproducten waarvan in een verkoopdocument is aangegeven dat zij zijn verkocht naar een andere plaats dan die van aanlanding worden vervoerd, moet de vervoerder met een document kunnen aantonen dat er een verkooptransactie heeft plaatsgevonden.
8. De vervoerder wordt vrijgesteld van de verplichting in dit artikel als het vervoersdocument wordt vervangen door een kopie van de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23, die betrekking heeft op de vervoerde hoeveelheden, of door een gelijkwaardig document van hetzelfde informatieniveau.