Art. 37 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Corrigerende maatregelen

Verordening (EG) nr. 1224/2009

1. Als de Commissie de visserij heeft verboden omdat de vangstmogelijkheden waarover een lidstaat, een groep lidstaten of de Gemeenschap beschikt, zouden zijn opgebruikt, maar duidelijk wordt dat een lidstaat zijn vangstmogelijkheden in feite niet volledig heeft opgebruikt, is dit artikel van toepassing.

2. Als de schade die is geleden door de lidstaat die een vangstverbod heeft gekregen voordat zijn vangstmogelijkheden volledig waren opgebruikt, niet ongedaan is gemaakt, kunnen volgens de in artikel 119 bedoelde procedure maatregelen worden genomen om de berokkende schade op passende wijze te compenseren. Deze maatregelen kunnen inhouden dat op de vangstmogelijkheden van een lidstaat die zich aan overbevissing heeft schuldig gemaakt, een korting wordt toegepast, waarna de betrokken hoeveelheden op passende wijze worden toegewezen aan de lidstaten waarvan de visserijactiviteiten werden verboden voordat hun vangstmogelijkheden volledig waren opgebruikt.

3. Bij de in lid 2 bedoelde kortingen en de daaropvolgende toewijzingen wordt bij voorrang rekening gehouden met de soorten en betrokken geografische gebieden waarvoor de vangstmogelijkheden waren vastgesteld. Deze kortingen en toewijzingen kunnen plaatsvinden in het jaar waarin het nadeel is ontstaan of in de loop van het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren.

4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name betreffende de vaststelling van de betrokken hoeveelheden, worden vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.