Art. 21 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Invullen en overleggen van de aangifte van overlading
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Onverminderd bijzondere bepalingen in de meerjarenplannen vullen kapiteins van communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van 10 m of meer die betrokken zijn bij een overlading een aangifte van overlading in, waarin zij met name alle hoeveelheden van elke overgeladen of ontvangen soort vermelden boven de 50 kg equivalent levend gewicht.
2. De in lid 1 bedoelde aangifte van overlading bevat ten minste de volgende gegevens:
a) het externe identificatienummer en de naam van het overladende en van het ontvangende vissersvaartuig;
b) de FAO-drielettercode van elke soort en het betrokken geografische gebied waar de vangsten zijn gedaan;
c) de geschatte hoeveelheden van elke soort in kilogrammen productgewicht, gespecificeerd naar aanbiedingsvorm van het product of, indien van toepassing, het aantal vissen;
d) de haven van bestemming van het ontvangende vissersvaartuig;
e) de aangewezen overlaadhaven.
3. Voor de in de aangifte van overlading vermelde ramingen van de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden overgeladen of ontvangen vis geldt een tolerantiemarge van 10 % voor alle soorten.
4. Zowel de kapitein van het overladende als van het ontvangende visservaartuig dienen zo spoedig mogelijk en uiterlijk 48 uur na de overlading een aangifte van overlading in bij:
a) de lidstaat waarvan zij de vlag voeren; en
b) de bevoegde autoriteiten van de betrokken havenlidstaat als de overlading in een haven van een andere lidstaat heeft plaatsgevonden.
5. De kapitein van het overladende en die van het ontvangende visservaartuig zijn elk verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens in de aangifte van overlading.
6. Volgens de in artikel 119 bedoelde procedure kan de Commissie bepaalde categorieën vissersvaartuigen voor een beperkte periode, die verlengbaar is, vrijstellen van de in lid 1 vastgestelde verplichting of kan zij een andere kennisgevingstermijn vaststellen met inachtneming van onder meer de soort visserijproducten, de afstand tussen de visgronden, de overladingsplaatsen en de havens waar de betrokken vaartuigen zijn geregistreerd.
7. De procedures en formulieren voor de aangifte van overlading worden vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.