Art. 108 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Noodmaatregelen
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Indien er, mede op basis van de resultaten van de door de Commissie verrichte steekproeven, bewijzen zijn dat visserijactiviteiten en/of door een lidstaat of lidstaten vastgestelde maatregelen de instandhoudings- en beheersmaatregelen die in het kader van een meerjarenplan zijn aangenomen, ondermijnen of een bedreiging vormen voor het mariene ecosysteem, en indien hiervoor onmiddellijke actie vereist is, kan de Commissie, op gemotiveerd verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, noodmaatregelen vaststellen met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. De Commissie kan besluiten de geldigheidsduur van de noodmaatregelen met maximaal zes maanden te verlengen.
2. De in lid 1 bedoelde noodmaatregelen staan in verhouding tot de bedreiging en kunnen onder andere het volgende omvatten:
a) schorsing van de visserijactiviteiten van vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaten voeren;
b) sluiting van de visserij;
c) verbod voor marktdeelnemers van de Gemeenschap om in te stemmen met het aanlanden, het kooien voor mest- of kweekdoeleinden of het overladen van vis en visserijproducten die zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaten voeren;
d) verbod om vis en visserijproducten die zijn gevangen door vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaten voeren, op de markt te brengen of te gebruiken voor andere commerciële doeleinden;
e) verbod om levende vis te leveren voor viskweek in de wateren onder de jurisdictie van de betrokken lidstaten;
f) verbod om in te stemmen met het leveren van levende vis die is gevangen door vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren, voor viskweek in wateren onder de jurisdictie van andere lidstaten;
g) verbod voor visservaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren, om te vissen in wateren onder de jurisdictie van andere lidstaten;
h) wijziging, naargelang van de omstandigheden, van de door de lidstaten verstrekte visserijgegevens.
3. De lidstaat deelt het in lid 1 bedoelde verzoek terzelfder tijd mee aan de Commissie en de betrokken lidstaten. De andere lidstaten kunnen hun schriftelijke opmerkingen bij de Commissie indienen binnen 5 werkdagen nadat zij het verzoek hebben ontvangen. De Commissie neemt haar besluit binnen 15 werkdagen na de ontvangst van het verzoek.
4. De noodmaatregelen worden onmiddellijk van kracht. Zij worden ter kennis van de betrokken lidstaten gebracht en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
5. De betrokken lidstaten kunnen het besluit van de Commissie binnen 15 werkdagen nadat zij de kennisgeving hebben ontvangen, voorleggen aan de Raad.
6. De Raad kan binnen één maand na de datum van ontvangst van het schrijven waarbij een besluit aan hem is voorgelegd, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.