Art. 113 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Waarborging van het beroeps- en het handelsgeheim

Verordening (EG) nr. 1224/2009

1. De lidstaten en de Commissie nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze verordening verzamelde en ontvangen gegevens worden behandeld overeenkomstig vigerende voorschriften inzake beroeps- en handelsgeheim.

2. De tussen de lidstaten en de Commissie uitgewisselde gegevens worden niet toegezonden aan andere personen dan de personen in de lidstaten of de communautaire instellingen wier functie vereist dat zij toegang tot deze gegevens hebben, tenzij de lidstaten die de gegevens toezenden, daartoe uitdrukkelijk toestemming geven.

3. De in lid 1 bedoelde gegevens mogen niet voor een ander dan het in deze verordening bepaalde doel worden gebruikt, tenzij de autoriteiten die deze gegevens verstrekken, daartoe uitdrukkelijk toestemming geven en op voorwaarde dat de in de lidstaat van de ontvangende autoriteit geldende bepalingen dit gebruik niet verbieden.

4. Gegevens die in het kader van deze verordening worden meegedeeld aan personen die werken voor bevoegde autoriteiten, gerechtshoven, andere overheidsinstanties en de Commissie of de door haar aangewezen instantie, en die schadelijk zouden zijn voor:

a) de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, in overeenstemming met de Gemeenschapswetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens;

b) de commerciële belangen van een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van de intellectuele eigendom;

c) gerechtelijke procedures en juridisch advies; of

d) het doel van inspecties en onderzoeken,

vallen onder voorschriften inzake vertrouwelijkheid. Informatie mag altijd worden bekendgemaakt indien dat noodzakelijk is om een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid te beëindigen of te verbieden.

5. De in lid 1 bedoelde gegevens geldt dezelfde bescherming als die welke op soortgelijke gegevens van toepassing is volgens de nationale wetgeving van de ontvangende lidstaat en volgens de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instellingen gelden.

6. Dit artikel mag niet worden opgevat als een belemmering voor het gebruik van de krachtens deze verordening verkregen gegevens in het kader van rechtshandelingen of procedures die nadien worden ingeleid wegens niet-naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat die de gegevens heeft toegezonden, worden op de hoogte gesteld van alle instanties waar die gegevens voor deze doeleinden worden gebruikt.

7. Dit artikel laat de verplichtingen uit hoofde van de internationale verdragen betreffende wederzijdse bijstand in strafzaken onverlet.