Art. 40 Verordening (EG) nr. 1122/2009, Controle op het gehalte aan tetrahydrocannabinol van geteelde hennep

Verordening (EG) nr. 1122/2009

1. Het systeem dat de lidstaten overeenkomstig artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 moeten gebruiken om het gehalte aan tetrahydrocannabinol (hierna „THC” genoemd) van het geteelde gewas te bepalen, is het in bijlage I bij de onderhavige verordening beschreven systeem.

2. De bevoegde autoriteit van de lidstaat houdt de dossiers met de bevindingen inzake THC bij. Deze dossiers omvatten voor elk ras ten minste de gegevens inzake het tot op twee decimalen nauwkeurige, in procent uitgedrukte THC-gehalte van elk monster, de gebruikte procedure, het aantal uitgevoerde tests, een vermelding van het punt waar het monster is genomen en de op nationaal niveau getroffen maatregelen.

Indien het THC-gehalte van een monster echter hoger ligt dan het in artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde maximum, zendt de lidstaat aan de hand van het door de Commissie aan hen beschikbaar gestelde formulier uiterlijk op 15 november van het betrokken verkoopseizoen een verslag over alle voor dit ras geconstateerde THC-resultaten toe aan de Commissie. Dit verslag omvat voor elk monster de gegevens inzake het tot op twee decimalen nauwkeurige, in procent uitgedrukte THC-gehalte, de gebruikte procedure, het aantal uitgevoerde tests, een vermelding van het punt waar het monster is genomen en de op nationaal niveau getroffen maatregelen.

3. Indien het gemiddelde van alle monsters van een bepaald ras hoger ligt dan het in artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde maximale THC-gehalte, maken de lidstaten met betrekking tot dat ras in het volgende verkoopseizoen gebruik van de in bijlage I bij de onderhavige verordening opgenomen procedure B. Deze procedure wordt tevens gedurende de daaropvolgende verkoopseizoenen gebruikt, tenzij bij alle analyses van het betrokken ras een THC-gehalte wordt geconstateerd dat lager ligt dan het in artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde maximum.

Indien tijdens het tweede jaar het gemiddelde van alle monsters van een bepaald ras hoger ligt dan het in artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde maximale THC-gehalte, verzoekt de lidstaat te worden gemachtigd om de handel in dit ras overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn 2002/53/EG van de Raad (19) te verbieden. Dit verzoek wordt uiterlijk op 15 november van het betrokken verkoopseizoen aan de Commissie toegezonden. Met ingang van het daaropvolgende jaar komt het ras waarvoor een dergelijk verzoek is ingediend, niet in aanmerking voor rechtstreekse betalingen in de betrokken lidstaat.

4. Hennep wordt gedurende ten minste tien dagen na het einde van de bloei verder geteeld in normale groeiomstandigheden in overeenstemming met de plaatselijke gebruiken, zodat de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde controles kunnen worden verricht.

De lidstaat kan echter toestemming geven om hennep te oogsten na het begin van de bloei maar vóór het einde van de periode van tien dagen na het einde van de bloei, mits de controleurs aangeven op welke representatieve delen van elk betrokken perceel het gewas gedurende ten minste tien dagen na het einde van de bloei verder moet worden geteeld om volgens de in bijlage I vastgestelde methode te kunnen worden gecontroleerd.