Art. 42 Verordening (EG) nr. 1122/2009, Onderdelen van de controles ter plaatse
Verordening (EG) nr. 1122/2009
1. De controles ter plaatse hebben betrekking op alle dieren waarvoor op grond van de te controleren steunregelingen steunaanvragen zijn ingediend en, wat de steunregelingen voor rundvee betreft, ook op de runderen waarvoor geen steun is aangevraagd.
De controles ter plaatse omvatten met name een controle om na te gaan of het aantal op het bedrijf aanwezige dieren waarvoor steunaanvragen zijn ingediend, en het aantal runderen waarvoor geen steun is aangevraagd, overeenstemmen met het aantal in de registers ingeschreven dieren en, voor runderen, met het aantal dieren dat aan het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen is gemeld.
2. Met betrekking tot de steunregelingen voor rundvee omvatten de controles ter plaatse ook:
a) controles op de juistheid van de inschrijvingen in het register en van de meldingen aan het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen op basis van een steekproef van bewijsstukken zoals aankoop- en verkoopfacturen, slachtverklaringen, veterinaire certificaten en, in voorkomend geval, dierpaspoorten, ten aanzien van de dieren waarvoor steunaanvragen zijn ingediend in de zes maanden vóór de controle ter plaatse; worden echter anomalieën ontdekt, dan wordt de controle uitgebreid tot de periode van twaalf maanden vóór de controle ter plaatse;
b) controles om op basis van een steekproef na te gaan of de informatie in het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen overeenstemt met die in het register, ten aanzien van de dieren waarvoor steunaanvragen zijn ingediend in de zes maanden vóór de controle ter plaatse; worden echter anomalieën ontdekt, dan wordt de controle uitgebreid tot de periode van twaalf maanden vóór de controle ter plaatse;
c) controles om na te gaan of alle op het bedrijf aanwezige dieren die nog in het kader van de aanhoudverplichting worden gehouden, voor de aangevraagde steun in aanmerking komen;
d) controles om na te gaan of alle op het bedrijf aanwezige runderen met oormerken zijn geïdentificeerd en, in voorkomend geval vergezeld gaan van dierpaspoorten en of zij zijn ingeschreven in het register en naar behoren zijn gemeld aan het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen.
De onder d) bedoelde controles worden individueel verricht voor elk afzonderlijk nog in het kader van de aanhoudverplichting gehouden mannelijk rund waarvoor een andere aanvraag om de speciale rundvleespremie is ingediend dan een aanvraag op grond van artikel 110, lid 6, van Verordening (EG) nr. 73/2009. In alle andere gevallen kan de controle betreffende een correcte vermelding van de gegevens op de dierpaspoorten en in het register en betreffende de melding aan het gegevensbestand worden verricht op basis van een steekproef.
3. Met betrekking tot de steunregelingen voor schapen en geiten omvatten de controles ter plaatse ook:
a) een controle aan de hand van het register om na te gaan of alle dieren waarvoor steunaanvragen zijn ingediend, gedurende de gehele aanhoudperiode op het bedrijf zijn gehouden;
b) een controle op de juistheid van de inschrijvingen in het register in de zes maanden vóór de controle ter plaatse op basis van een steekproef van bewijsstukken zoals aankoop- en verkoopfacturen en veterinaire certificaten die betrekking hebben op de periode van zes maanden vóór de controle ter plaatse; worden echter anomalieën ontdekt, dan wordt de controle uitgebreid tot de periode van twaalf maanden vóór de controle ter plaatse.