Art. 18 Richtlijn 2002/53/EG
Indien er wordt geconstateerd dat de teelt van een in de gemeenschappelijke rassenlijst opgenomen ras in een lidstaat in fytosanitair opzicht schadelijk zou kunnen zijn voor de teelt van andere rassen of gewassen, of een risico voor de menselijke gezondheid of voor het milieu met zich zou kunnen brengen, kan deze lidstaat, indien hij zulks verzoekt, volgens de in artikel 23, lid 2, of, wanneer het een genetisch gemodificeerd ras betreft, de in artikel 23, lid 3, bedoelde procedure worden gemachtigd de handel in zaaizaad of pootgeod van dit ras op zijn gehele grondgebied of op een deel daarvan te verbieden. Bij onmiddellijk gevaar van verbreiding van schadelijke organismen, of onmiddellijk gevaar voor de mensolijke gezondheid of het milieu kan dit verbod door de betrokken ikke læseligt van zijn verzoek worden uitgevaardigd tot op het tijdstip van het definitieve besluit dat binnen drie maanden volgens de in artikel 23, lid 2, of, indien het een genetisch gemodificeerd ras betreft, de in artikel 23, lid 3, bedoelde procedure moet worden genomen.