Art. 29 Verordening (EG) nr. 1120/2009, Aanvankelijke toewijzing van toeslagrechten

Verordening (EG) nr. 1120/2009

1. Onverminderd artikel 59, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 stellen de nieuwe lidstaten, voor de toepassing van artikel 59, lid 2, van die verordening, het in dat lid bedoelde aantal subsidiabele hectaren vast aan de hand van het aantal hectaren dat is aangegeven voor de vaststelling van de toeslagrechten in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.

2. In afwijking van lid 1 mogen nieuwe lidstaten het in artikel 59, lid 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde aantal subsidiabele hectaren vaststellen op basis van het aantal hectaren dat is aangegeven voor het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling.

Indien het aantal subsidiabele hectaren dat door de landbouwers is aangegeven in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, kleiner is dan het aantal subsidiabele hectaren dat overeenkomstig de eerste alinea is vastgesteld, mag een nieuwe lidstaat de bedragen die overeenstemmen met de niet-aangegeven hectaren, volledig of gedeeltelijk herverdelen in de vorm van een toeslag op elk toeslagrecht dat in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling is toegewezen. De toeslag wordt berekend door het betrokken bedrag te delen door het aantal toegewezen toeslagrechten.

3. Wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de bij artikel 59, lid 3, van Verordening (EG) nr. 73/2009 geboden mogelijkheid, kan hij, met ingang van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, bepalen welke landbouwers in aanmerking komen voor de regeling, het in dat lid bedoelde aantal hectaren voorlopig vaststellen en een voorlopige controle van de in artikel 25, lid 3, van de onderhavige verordening bedoelde voorwaarden verrichten.

Onverminderd artikel 61 van Verordening (EG) nr. 73/2009 wordt de waarde van de toeslagrechten berekend door het in artikel 59, lid 1, van die verordening bedoelde bedrag te delen door het totale aantal op grond van dit lid toegewezen toeslagrechten.

4. De landbouwer wordt ten minste één maand vóór de overeenkomstig artikel 56, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde uiterste datum voor het indienen van de steunaanvraag in kennis gesteld van de voorlopige toeslagrechten.

Voor de berekening van de in artikel 44, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde, in grootvee-eenheden (GVE) uitgedrukte landbouwactiviteiten, wordt het aantal dieren dat door een landbouwer wordt gehouden in een door de lidstaat vast te stellen periode, in GVE omgerekend aan de hand van de omrekeningstabel van artikel 14, lid 2. Voor de controle van de minimale landbouwactiviteiten in de nieuwe lidstaten als bedoeld in artikel 44, lid 2, onder b), is artikel 14, leden 4, 5 en 6, van toepassing.