Art. 25 Verordening (EG) nr. 1120/2009, Aanvragen

Verordening (EG) nr. 1120/2009

1. De waarde, het aantal en een verhoging van toeslagrechten die zijn toegewezen op basis van de aanvraag die landbouwers hebben ingediend, kunnen voorlopig zijn. De definitieve waarde en het definitieve aantal worden uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling of van integratie van gekoppelde steun vastgesteld, nadat de op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 73/2009 uit te voeren ter zake relevante controles zijn verricht.

2. Onder voorbehoud van de definitieve vaststelling van toeslagrechten mogen landbouwers aanvragen in het kader van de bedrijfstoeslagregeling indienen op basis van voorlopige toeslagrechten of, indien een lidstaat gebruikmaakt van de bij de artikelen 26 en 27 geboden mogelijkheid, van toeslagrechten die zijn verworven op grond van de in die artikelen bedoelde clausules in privaatrechtelijke contracten.

3. De aanvrager bewijst ten genoegen van de lidstaat dat hij op de datum waarop hij toeslagrechten aanvraagt, landbouwer is in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 73/2009.

4. Een lidstaat kan bepalen dat aanvragen tot vaststelling van de toeslagrechten slechts mogen worden ingediend voor bedrijven met een landbouwareaal van een bepaalde minimumomvang. Deze minimumomvang mag evenwel niet groter zijn dan het overeenkomstig artikel 28, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde minimum.

Met het oog op de vaststelling van de in artikel 60 of 65 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde bijzondere toeslagrechten wordt in afwijking van artikel 28, lid 1, van die verordening geen minimumomvang vastgesteld.

Uitspraken die dit artikel aanhalen