Art. 34 Verordening (EG) nr. 1120/2009, Specifieke voorschriften
Verordening (EG) nr. 1120/2009
1. Indien de landbouwer op de overeenkomstig de onderhavige verordening vastgestelde uiterste datum voor de indiening van een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten helemaal geen toeslagrechten of enkel bijzondere toeslagrechten in eigendom heeft, ontvangt hij toeslagrechten die voor wijn overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 zijn berekend.
De eerste alinea is ook van toepassing in het geval dat de landbouwer toeslagrechten heeft gehuurd tussen het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling en het jaar van de integratie van de steunprogramma’s.
2. Indien de landbouwer uiterlijk op de overeenkomstig de onderhavige verordening vastgestelde uiterste datum voor de indiening van een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten, toeslagrechten toegewezen heeft gekregen of heeft gekocht of ontvangen, worden de waarde en het aantal van de toeslagrechten die hij in eigendom heeft, als volgt herberekend:
a) het aantal toeslagrechten is gelijk aan het aantal toeslagrechten dat hij in eigendom heeft, verhoogd met het aantal hectaren dat overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is vastgesteld;
b) de waarde wordt verkregen door de som van de waarde van de toeslagrechten die hij in eigendom heeft, en het referentiebedrag dat overeenkomstig deel C van bijlage IX bij Verordening (EG) nr. 73/2009 is berekend, te delen door het overeenkomstig het bepaalde onder a) van het onderhavige lid vastgestelde aantal.
Bijzondere toeslagrechten worden bij de in dit lid bedoelde berekening niet in aanmerking genomen.
3. Toeslagrechten die zijn verhuurd vóór de overeenkomstig deze verordening vastgestelde uiterste datum voor de indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, worden in aanmerking genomen bij de in lid 2 bedoelde berekening.