Art. 26 Verordening dierlijke bijproducten, Hantering van dierlijke bijproducten binnen levensmiddelenbedrijven
Verordening (EG) nr. 1069/2009 (Verordening dierlijke bijproducten)
1. De behandeling, verwerking of opslag van dierlijke bijproducten in inrichtingen die zijn erkend of geregistreerd overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 of overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 852/2004, wordt uitgevoerd onder voorwaarden ter voorkoming van versleping en, indien nodig, in een hiervoor bestemd gedeelte van de inrichting.
2. Grondstoffen voor de vervaardiging van niet voor menselijke consumptie bestemde gelatine en collageen mogen worden opgeslagen, behandeld of verwerkt in de inrichtingen die hiervoor specifiek zijn gemachtigd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 853/2004, bijlage III, sectie XIV, hoofdstuk I, punt 5, en sectie XV, hoofdstuk I, punt 5, op voorwaarde dat het risico van besmetting met ziekten is voorkomen door scheiding van deze grondstoffen van de grondstoffen voor de vervaardiging van producten van dierlijke oorsprong.
3. De toepassing van de leden 1 en 2 laat specifiekere bepalingen van de communautaire veterinaire wetgeving onverlet.