Art. 31 Verordening dierlijke bijproducten, In de handel brengen

Verordening (EG) nr. 1069/2009 (Verordening dierlijke bijproducten)

1. Dierlijke bijproducten en afgeleide producten die bestemd zijn om aan landbouwhuisdieren, met uitzondering van pelsdieren, te worden vervoederd, mogen slechts in de handel worden gebracht indien zij:

a) uitsluitend bestaan uit of afgeleid zijn van ander categorie 3-materiaal dan bedoeld in artikel 10, onder n), o) en p);

b) voor zover van toepassing, zijn verzameld of verwerkt overeenkomstig de voorwaarden voor sterilisatie onder druk of andere voorwaarden ter voorkoming van risico’s voor de volksgezondheid en de diergezondheid overeenkomstig op grond van artikel 15 goedgekeurde maatregelen en eventuele overeenkomstig lid 2 van dit artikel vastgestelde maatregelen; alsmede

c) afkomstig zijn van erkende of geregistreerde inrichtingen of bedrijven, voor zover van toepassing op het dierlijke bijproduct of het afgeleide product in kwestie.

2. Maatregelen ter uitvoering van dit artikel kunnen worden vastgesteld wat betreft volksgezondheids- en diergezondheidsvoorwaarden voor het verzamelen, verwerken en behandelen van dierlijke bijproducten en afgeleide producten als bedoeld in lid 1.

Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 52, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.