Art. 25, Algemene hygiënevoorschriften

1. De exploitanten zorgen ervoor dat de inrichtingen of bedrijven onder hun controle die de in artikel 24, lid 1, onder a) en h), bedoelde activiteiten uitvoeren:

a) zo zijn gebouwd dat zij op efficiënte wijze kunnen worden schoongemaakt en ontsmet, waarbij de vloeren indien nodig zo zijn gelegd dat de afvoer van vloeistoffen wordt vergemakkelijkt;

b) toegang geven tot adequate voorzieningen voor persoonlijke hygiëne, zoals toiletten, kleedkamers en wasbakken voor het personeel;

c) voorzien zijn van adequate voorzieningen ter bescherming tegen schadelijke dieren zoals insecten, knaagdieren en vogels;

d) de installaties en apparatuur in goede staat houden en ervoor zorgen dat de meetapparatuur periodiek wordt geijkt, en

e) beschikken over adequate regelingen voor de schoonmaak en ontsmetting van de aanwezige containers en voertuigen, om besmettingsrisico te voorkomen.

2. Iedereen die in de in lid 1 bedoelde inrichtingen of bedrijven werkt, draagt adequate, schone en, indien nodig, beschermende kleding.

Als dit in een bepaalde inrichting of bedrijf nodig is:

a) betreden personen die in een vuil gedeelte werken, het schone gedeelte niet zonder van tevoren hun arbeidskleding en schoenen te hebben gewisseld of gedesinfecteerd;

b) wordt de uitrusting en apparatuur niet van het vuile naar het schone gedeelte gebracht zonder eerst te worden schoongemaakt en ontsmet; alsmede

c) stelt de exploitant een procedure vast voor de bewegingen van personen om deze bewegingen te controleren en het correcte gebruik van voet- en wielbaden te beschrijven.

3. In inrichtingen of bedrijven die de in artikel 24, lid 1, onder a), bedoelde activiteiten uitvoeren:

a) worden dierlijke bijproducten zo gehanteerd dat besmettingsrisico wordt voorkomen;

b) worden dierlijke bijproducten zo snel mogelijk verwerkt. Na verwerking worden afgeleide producten zo gehanteerd en opgeslagen dat besmettingsrisico wordt voorkomen;

c) worden alle delen van de dierlijke bijproducten en afgeleide producten, indien nodig, bij elke verwerking ervan gedurende een bepaalde tijdspanne op een bepaalde temperatuur gebracht en wordt herbesmettingsrisico voorkomen;

d) controleren de exploitanten regelmatig de relevante parameters (met name temperatuur, druk, tijd en omvang van de partikels), indien nodig met automatische apparaten;

e) worden voor alle gedeelten van de inrichtingen of bedrijven reinigingsprocedures opgesteld en schriftelijk vastgelegd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen