Art. 10 Verordening (EG) nr. 607/2009, Indiening van een grensoverschrijdende aanvraag

Verordening (EG) nr. 607/2009

1. Bij een grensoverschrijdende aanvraag mag de gezamenlijke aanvraag voor een naam die een grensoverschrijdend geografisch gebied aanduidt, worden ingediend door verschillende producentenverenigingen die dat gebied vertegenwoordigen.

2. Als bij een grensoverschrijdende aanvraag uitsluitend lidstaten betrokken zijn, geldt de in artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde inleidende nationale procedure in alle betrokken lidstaten.

Met het oog op de toepassing van artikel 38, lid 5, van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt een grensoverschrijdende aanvraag aan de Commissie voorgelegd door één lidstaat namens alle andere en bevat die aanvraag een machtiging van elke andere betrokken lidstaat voor de lidstaat die de aanvraag voorlegt, om namens hem te handelen.

3. Als bij een grensoverschrijdende aanvraag uitsluitend derde landen betrokken zijn, wordt de aanvraag aan de Commissie voorgelegd door hetzij een van de aanvragende verenigingen namens de andere, hetzij een van de derde landen namens de andere en bevat zij de volgende gegevens:

a) elementen waaruit blijkt dat de in de artikelen 34 en 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld;

b) het bewijs van bescherming in de betrokken derde landen, en

c) een in lid 2 bedoelde machtiging van elk ander betrokken derde land.

4. Als bij een grensoverschrijdende aanvraag minstens één lidstaat en minstens één derde land betrokken zijn, geldt de in artikel 38 van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde inleidende nationale procedure in alle betrokken lidstaten. De aanvraag wordt aan de Commissie voorgelegd door één van de lidstaten of derde landen of door één van de aanvragende verenigingen van de derde landen en bevat de volgende gegevens:

a) elementen waaruit blijkt dat de in de artikelen 34 en 35 van Verordening (EG) nr. 479/2008 vastgestelde voorwaarden zijn vervuld;

b) het bewijs van bescherming in de betrokken derde landen, en

c) een in lid 2 bedoelde machtiging van elke andere betrokken lidstaat of elk ander betrokken derde land.

5. De lidstaten, de derde landen of de in derde landen gevestigde producentenverenigingen die een in de leden 2, 3 of 4 van dit artikel bedoelde grensoverschrijdende aanvraag aan de Commissie voorleggen, fungeren als geadresseerde van elke desbetreffende kennisgeving of elk desbetreffend besluit van de Commissie.

Vorige artikelen

Volgende artikelen