Art. 15 Verordening (EG) nr. 607/2009, Ontvankelijkheid in het kader van de communautaire procedure

Verordening (EG) nr. 607/2009

1. Om te bepalen of een krachtens artikel 40 van Verordening (EG) nr. 479/2008 opgesteld bezwaarschrift ontvankelijk is, gaat de Commissie na of de verworven rechten waarop aanspraak wordt gemaakt en de bezwaargronden in het bezwaarschrift zijn vermeld en of het bezwaarschrift binnen de vastgestelde termijn bij de Commissie is ingediend.

2. Als het bezwaar overeenkomstig artikel 43, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 wordt gemaakt omdat er reeds een merk met reputatie en bekendheid bestaat, wordt bij het bezwaarschrift een bewijs van het depot, de registratie of het gebruik van dat reeds bestaande merk gevoegd, zoals het registratiecertificaat of het bewijs van het gebruik van dat merk, alsmede een bewijs van de reputatie en de bekendheid ervan.

3. Elk naar behoren gemotiveerd bezwaarschrift bevat gedetailleerde gegevens over de feiten, bewijsstukken en opmerkingen ter staving van het bezwaar en gaat vergezeld van de desbetreffende onderbouwende bescheiden.

De inlichtingen en de bewijsstukken die moeten worden verstrekt om het gebruik van een reeds bestaand merk aan te tonen, hebben betrekking op de plaats, de duur, de omvang en de aard van dat gebruik en op de reputatie en de bekendheid van dat merk.

4. Als de gegevens over de verworven rechten waarop aanspraak wordt gemaakt, de bezwaargronden, de feiten, de bewijsstukken, de opmerkingen en de onderbouwende bescheiden als bedoeld in de leden 1 tot en met 3, niet samen met het bezwaarschrift worden voorgelegd of als sommige daarvan ontbreken, stelt de Commissie de opposant daarvan in kennis en verzoekt zij hem de geconstateerde tekortkomingen binnen twee maanden te verhelpen. Als de tekortkomingen niet binnen de vastgestelde termijn zijn verholpen, verklaart de Commissie het bezwaar onontvankelijk. Het onontvankelijkheidsbesluit wordt gemeld aan degene die bezwaar maakt en aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

5. Elk ontvankelijk geacht bezwaar wordt gemeld aan de autoriteiten van de lidstaat of van het derde land of aan de in het betrokken derde land gevestigde aanvrager.

Vorige artikelen

Volgende artikelen