Art. 111 Verordening (EG) nr. 73/2009, Zoogkoeienpremie
1. Aan landbouwers die op hun bedrijf zoogkoeien houden, kan op aanvraag een premie voor het aanhouden van zoogkoeien worden toegekend (zoogkoeienpremie). Deze premie wordt toegekend in de vorm van een premie per jaar en per landbouwer, binnen de individuele maxima.
2. De zoogkoeienpremie wordt toegekend aan alle landbouwers
a) die geen melk of zuivelproducten leveren in de 12 maanden vanaf de dag van indiening van de aanvraag,
Rechtstreekse levering van melk of zuivelproducten van het bedrijf aan de consument vormt echter geen beletsel voor de toekenning van de premie;
b) die melk of zuivelproducten leveren en wier totaal individueel quotum als bedoeld in artikel 67 van Verordening (EEG) nr. 1234/2007 ten hoogste 120 000 kilogram bedraagt.
De lidstaten kunnen evenwel volgens door hen te bepalen objectieve en niet-discriminerende criteria besluiten deze kwantitatieve beperking te wijzigen of niet toe te passen, op voorwaarde dat de landbouwers gedurende ten minste zes opeenvolgende maanden vanaf de dag van indiening van de aanvraag een aantal zoogkoeien houden dat niet lager is dan 60 % en een aantal vaarzen dat niet hoger is dan 40 % van het aantal waarvoor de premie is aangevraagd.
Voor de vaststelling van het aantal op grond van de eerste alinea, onder a) en b), subsidiabele dieren wordt op basis van het individuele melkquotum van het bedrijf op 31 maart van het betrokken kalenderjaar, uitgedrukt in ton, en op basis van de gemiddelde melkopbrengst bepaald of de koeien tot een zoogkoeienbeslag dan wel tot een melkkoeienbeslag behoren.
3. Het recht van de landbouwers op de premie wordt beperkt door toepassing van het in artikel 112 gedefinieerde individuele maximum.
4. De premie per subsidiabel dier bedraagt 200 EUR.
5. Mits er geen discriminatie tussen veehouders in de betrokken lidstaat plaatsvindt, mogen de lidstaten een aanvullende nationale zoogkoeienpremie van maximaal 50 EUR per dier toekennen.
Voor bedrijven die zijn gevestigd in een in de artikelen 5 en 8 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds (33) omschreven regio, wordt de eerste schijf van deze aanvullende premie, ten belope van 24,15 EUR per dier, gefinancierd door het ELGF.
Voor bedrijven op het gehele grondgebied van een lidstaat waarvan het koeienbeslag gekenmerkt wordt door een hoog aandeel zoogkoeien dat ten minste 30 % van het totale aantal koeien uitmaakt, en waarvan ten minste 30 % van de geslachte mannelijke runderen tot de vleesklassen S en E behoren, wordt de aanvullende premie geheel door het ELFPO gefinancierd. Overschrijdingen van deze percentages worden vastgesteld op basis van het gemiddelde van de twee jaren voorafgaande aan het jaar waarvoor de premie wordt toegekend.
6. Voor de toepassing van dit artikel worden alleen vaarzen in aanmerking genomen van een vleesras of voortgekomen uit een kruising met een dergelijk ras, die deel uitmaken van een beslag van voor de vleesproductie bestemde kalveren.