Art. 244 Richtlijn 2009/138/EG, Toezicht op risicoconcentratie

Richtlijn 2009/138/EG

1. Het toezicht op de risicoconcentratie op groepsniveau wordt uitgeoefend overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel, artikel 246 en hoofdstuk III.

2. De lidstaten schrijven voor dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of verzekeringsholdings regelmatig en ten minste eenmaal per jaar iedere significante risicoconcentratie op het niveau van de groep aan de groepstoezichthouder moeten rapporteren.

De benodigde informatie wordt aan de groepstoezichthouder medegedeeld door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die aan het hoofd van de groep staat of, indien aan het hoofd van de groep geen verzekerings- of herverzekeringsonderneming staat, door de verzekeringsholding of door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep welke door de groepstoezichthouder na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en met de groep is aangewezen.

De risicoconcentraties staan onder controle van de groepstoezichthouder.

3. Na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de groep bepaalt de groepstoezichthouder welke categorieën risico’s door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in een specifieke groep in elk geval moeten worden gerapporteerd.

Bij het bepalen van, of het geven van een oordeel over de categorieën risico’s houden de groepstoezichthouder en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten rekening met de specifieke groeps- en Risk managementstructuur van de groep.

Met het oog op de aanmerking als significante risicoconcentratie die moet worden gerapporteerd, stelt de groepstoezichthouder, na overleg met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en de groep, passende drempels vast op basis van eisen inzake het solvabiliteitsvermogen, de technische voorzieningen, of beide.

Bij het toezicht op de risicoconcentraties let de groepstoezichthouder vooral op mogelijke besmettingsrisico’s in de groep, het risico van belangenconflicten en het niveau of de omvang van de risico’s.

4. Voor de toepassing van de leden 2 en 3 kan de Commissie uitvoeringsmaatregelen aannemen met betrekking tot de definitie en onderkenning van een significante risicoconcentratie en de rapportage van een dergelijke risicoconcentratie.

Deze maatregelen die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen door deze aan te vullen, worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 301, lid 3.