Art. 3 Richtlijn 2009/100/EG

Richtlijn 2009/100/EG

1. Behoudens het bepaalde in de leden 3 tot en met 6 erkent iedere lidstaat voor de vaart op zijn binnenwateren een door een andere lidstaat overeenkomstig artikel 2 afgegeven scheepsattest alsof hij het zelf had afgegeven.

2. Lid 1 is slechts van toepassing voor zover een scheepsattest niet meer dan vijf jaar tevoren is afgegeven of verlengd, en de geldigheidsduur niet verstreken is.

Het certificaat dat is afgegeven uit hoofde van het Reglement betreffende het onderzoek van vaartuigen die de Rijn bevaren, wordt gedurende zijn gehele geldigheidsduur aanvaard als bewijs in de zin van de leden 3 en 5.

3. De lidstaten kunnen verlangen dat wordt voldaan aan de technische eisen die zijn vastgelegd in het Reglement betreffende het onderzoek van vaartuigen die de Rijn bevaren. Als bewijs hiervoor kunnen zij het in lid 2, tweede alinea, bedoelde certificaat verlangen.

4. Indien de schepen gevaarlijke stoffen in de zin van het ADNR vervoeren, kunnen de lidstaten verlangen dat wordt voldaan aan de eisen welke in het ADNR zijn vastgelegd. Als bewijs hiervoor kunnen de lidstaten het uit hoofde van het ADNR afgegeven certificaat van goedkeuring verlangen.

5. Schepen die voldoen aan de eisen, gesteld in het Reglement van onderzoek van vaartuigen die de Rijn bevaren, worden toegelaten tot het verkeer op alle binnenwateren in de Gemeenschap. Het bewijs dat aan deze eisen is voldaan, kan met het in lid 2, tweede alinea, bedoelde certificaat worden geleverd.

De speciale voorwaarden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen worden op alle waterwegen van de Gemeenschap geacht te zijn vervuld, wanneer de schepen voldoen aan de eisen welke in het ADNR zijn vastgelegd. Het bewijs dat aan deze eisen wordt voldaan, wordt met het in lid 4 bedoelde certificaat van goedkeuring geleverd.

6. De lidstaten kunnen verlangen dat op de waterwegen waar maritieme omstandigheden kunnen heersen, wordt voldaan aan aanvullende eisen die gelijkwaardig zijn aan die welke aan hun eigen schepen worden gesteld. De lidstaten doen de Commissie opgave van hun waterwegen waar maritieme omstandigheden kunnen heersen, waarvan de Commissie een lijst opstelt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen