Art. 2 Richtlijn 2009/100/EG
1. De lidstaten stellen, voor zover nodig, de procedures vast die noodzakelijk zijn voor het afgeven van de scheepsattesten.
Het staat een lidstaat evenwel vrij om deze richtlijn niet toe te passen op schepen die de binnenwateren van zijn grondgebied niet verlaten.
2. Het scheepsattest wordt afgegeven door de lidstaat waarin het vaartuig is geregistreerd of zijn thuishaven heeft of, bij gebreke daarvan, door de lidstaat waarin de eigenaar van het vaartuig zijn woonplaats heeft. Elke lidstaat kan een andere lidstaat verzoeken scheepsattesten af te geven voor vaartuigen die door zijn eigen onderdanen worden geëxploiteerd. De lidstaten kunnen hun bevoegdheden overdragen aan erkende instanties.
3. De scheepsattesten moeten zijn gesteld in een van de officiële talen van de instellingen van de Europese Unie en moeten ten minste de in bijlage I vermelde gegevens bevatten en het in die bijlage aangegeven nummeringssysteem gebruiken.