Art. 16 VIS-verordening, Gebruik van het VIS voor raadpleging en voor verzoeken om documenten

Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)

1. Ten behoeve van de raadpleging tussen centrale visumautoriteiten over aanvragen overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst, worden het verzoek om raadpleging en de antwoorden daarop overeenkomstig lid 2 van dit artikel toegezonden.

2. De lidstaat die bevoegd is de aanvraag te behandelen zendt het verzoek om raadpleging samen met het nummer van de aanvraag naar het VIS en geeft daarbij aan welke lidstaat of lidstaten moet(en) worden geraadpleegd.

Het VIS zendt het verzoek door naar de aangegeven lidstaat of lidstaten.

De geraadpleegde lidstaat of lidstaten zend(t)(en) het antwoord naar het VIS, dat dit antwoord doorzendt naar de lidstaat die het verzoek heeft ingediend.

3. De in lid 2 omschreven procedure kan ook worden toegepast op de toezending van informatie over de afgifte van visa met territoriaal beperkte geldigheid en andere mededelingen in verband met de consulaire samenwerking, alsmede op de toezending van verzoeken aan de bevoegde visumautoriteit om kopieën van reisdocumenten en andere documenten ter staving van de aanvraag, en op de toezending van elektronische kopieën van die documenten. De bevoegde visumautoriteiten reageren onverwijld op het verzoek.

4. De krachtens dit artikel verstrekte persoonsgegevens mogen uitsluitend worden gebruikt voor de raadpleging van centrale visumautoriteiten en voor de consulaire samenwerking.

Uitspraken die dit artikel aanhalen