Art. 15 VIS-verordening, Gebruik van het VIS voor de behandeling van aanvragen

Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)

1. De bevoegde visumautoriteit raadpleegt het VIS met het oog op de behandeling van aanvragen en de beslissingen in verband met deze aanvragen, inclusief de beslissing tot nietigverklaring, intrekking, verlenging of verkorting van de geldigheidsduur van het visum overeenkomstig de desbetreffende bepalingen.

2. De bevoegde visumautoriteit krijgt voor de in lid 1 genoemde doeleinden toegang voor het zoeken aan de hand van één of meer van de volgende gegevens:

a) het nummer van de aanvraag;

b) de in artikel 9, lid 4, onder a), bedoelde gegevens;

c) de in artikel 9, lid 4, onder c), bedoelde gegevens over het reisdocument;

d) de achternaam, voornaam en het adres van de natuurlijke persoon of de naam en het adres van het bedrijf/andere organisatie, als bedoeld in artikel 9, lid 4, onder f);

e) vingerafdrukken;

f) het nummer van de visumsticker en de datum van afgifte van elk eerder afgegeven visum.

3. Indien uit het zoeken aan de hand van één of meer van de in lid 2 genoemde gegevens blijkt dat in het VIS gegevens betreffende de aanvrager zijn opgeslagen, krijgt de bevoegde visumautoriteit uitsluitend voor de in lid 1 genoemde doeleinden toegang tot het (de) aanvraagdossier(s) en de daaraan gekoppelde aanvraagdossiers als bedoeld in artikel 8, leden 3 en 4.