Art. 10 VIS-verordening, Bij afgifte van een visum toe te voegen gegevens
Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS-verordening)
1. Wanneer is beslist een visum af te geven, voegt de visumautoriteit die het visum afgeeft de volgende gegevens toe aan het aanvraagdossier:
a) statusinformatie waaruit blijkt dat het visum is afgegeven;
b) de autoriteit die het visum heeft afgegeven, inclusief diens locatie, met vermelding of die autoriteit het visum namens een andere lidstaat heeft afgegeven;
c) plaats en datum van de beslissing om het visum af te geven;
d) het soort visum;
e) het nummer van de visumsticker;
f) het grondgebied waarop de houder van het visum zich mag ophouden, overeenkomstig de relevante bepalingen van de gemeenschappelijke visuminstructies;
g) begin- en einddatum van de geldigheidsduur van het visum;
h) het aantal toegestane binnenkomsten op het grondgebied waarvoor het visum geldig is;
i) de op grond van het visum toegestane verblijfsduur;
j) in voorkomend geval, de informatie waaruit blijkt dat het visum op een afzonderlijk blad overeenkomstig Verordening (EG) nr. 333/2002 van de Raad van 18 februari 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor een blad waarop een visum kan worden aangebracht dat door lidstaten wordt afgegeven aan houders van een reisdocument dat door de lidstaat die het blad opstelt, niet wordt erkend (21), is afgegeven.
2. Indien een aanvraag door de aanvrager wordt ingetrokken of de procedure door de aanvrager niet wordt voortgezet voordat is beslist of een visum zal worden afgegeven, vermeldt de visumautoriteit waarbij de aanvraag is ingediend dat de aanvraagprocedure om die redenen is afgesloten en vermeldt zij daarbij de datum van de afsluiting.