Art. 7 Verordening (EG) nr. 736/2008, Stimulerend effect
1. Op grond van deze verordening vrijgestelde steun dient een stimulerend effect te hebben.
2. Steun wordt geacht een stimulerend effect te hebben indien de begunstigde daardoor in staat wordt gesteld activiteiten of projecten uit te voeren die hij anders — zonder de steun — niet had uitgevoerd.
Deze voorwaarde wordt als vervuld beschouwd indien de begunstigde, alvorens met het project of de activiteit van start te zijn gegaan, een aanvraag voor die steun heeft ingediend bij de betrokken lidstaat.
3. De in lid 2 vastgestelde voorwaarde geldt niet ten aanzien van belastingmaatregelen waarbij overeenkomstig objectieve criteria een wettelijke aanspraak op steun wordt gevestigd zonder dat de lidstaat nog een beoordelingsbevoegdheid uitoefent, op voorwaarde dat deze belastingmaatregelen zijn vastgesteld vooraleer de werkzaamheden aan het project of de activiteit van start zijn gegaan.
4. Wanneer de voorwaarden van de leden 1 tot 3 niet zijn vervuld, is de volledige steunmaatregel niet krachtens deze verordening vrijgesteld.