Art. 3 Verordening (EG) nr. 736/2008, Vrijstellingsvoorwaarden
1. Ad-hocsteun die voldoet aan alle voorwaarden van deze verordening, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag en vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, op voorwaarde dat de beknopte informatie zoals bedoeld in artikel 25, lid 1, wordt verstrekt en dat in de steunmaatregel uitdrukkelijk wordt verwezen naar deze verordening, onder vermelding van de titel ervan en de vindplaats in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. Steunregelingen die aan alle voorwaarden van deze verordening voldoen, zijn verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag en zijn vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, op voorwaarde dat de beknopte informatie als bedoeld in artikel 25, lid 1, is verstrekt, dat eventueel op grond van een dergelijke regeling verleende individuele steun aan alle voorwaarden van deze verordening voldoet en dat in de regeling uitdrukkelijk wordt verwezen naar deze verordening, onder vermelding van de titel ervan en de vindplaats in het Publicatieblad van de Europese Unie.
3. Individuele steun die wordt verleend op grond van een in lid 2 bedoelde regeling, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag en is vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting van artikel 88, lid 3, van het Verdrag, op voorwaarde dat de toegekende steun rechtstreeks aan alle voorwaarden van deze verordening voldoet, dat de beknopte informatie als bedoeld in artikel 25, lid 1, is verstrekt en dat in de individuele steunmaatregel uitdrukkelijk wordt verwezen naar deze verordening, onder vermelding van de titel ervan en de vindplaats in het Publicatieblad van de Europese Unie.
4. Alvorens steun in het kader van deze verordening te verlenen, vergewissen de lidstaten zich ervan dat de gefinancierde maatregelen en de gevolgen ervan in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht.
5. Steunmaatregelen worden slechts op grond van deze verordening vrijgesteld indien daarin uitdrukkelijk is bepaald dat de begunstigden van de steun tijdens de subsidieperiode de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid zullen naleven en dat, wanneer wordt geconstateerd dat zij dit niet doen, de subsidie moet worden terugbetaald naargelang van de ernst van de inbreuk.