Art. 2 Verordening (EG) nr. 736/2008, Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) „steun”: elke maatregel die aan alle criteria van artikel 87, lid 1, van het Verdrag voldoet;
b) „steunregeling”: elk besluit op grond waarvan aan ondernemingen die in het besluit op algemene en abstracte wijze zijn omschreven, individuele steun kan worden toegekend zonder dat hiervoor nog uitvoeringsmaatregelen vereist zijn, alsmede elk besluit op grond waarvan steun die niet aan een specifiek project is gebonden, voor onbepaalde tijd en/of voor een onbepaald bedrag aan een of meer ondernemingen kan worden toegekend;
c) „individuele steun”: ad-hocsteun en aan te melden steun op grond van een steunregeling;
d) „ad-hocsteun”: individuele steun die niet op grond van een steunregeling wordt verleend;
e) „steunintensiteit”: het steunbedrag, uitgedrukt als een percentage van de in aanmerking komende kosten;
f) „visserijproducten”: alle producten van de visvangst op zee en in de binnenwateren en van de aquacultuur, als genoemd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 104/2000;
g) „kleine en middelgrote ondernemingen” („KMO’s”): kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 7, van Verordening (EG) nr. …/2008 van de Commissie van 2 juli 2008 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag, waarbij bepaalde soorten steun met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (15);
h) „transparante steun”: steun waarvan het bruto-subsidie-equivalent vooraf precies kan worden berekend zonder dat een risicoanalyse hoeft te worden uitgevoerd.
i) „onderneming in moeilijkheden”: een onderneming die aan de volgende voorwaarden voldoet:
— in het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wanneer meer dan de helft van het maatschappelijk kapitaal is verdwenen en meer dan een kwart van dit kapitaal tijdens de afgelopen twaalf maanden is verloren gegaan, of
— in het geval van een vennootschap waarvan minstens sommige vennoten onbeperkte aansprakelijkheid voor de schulden van de vennootschap hebben: wanneer meer dan de helft van het eigen vermogen, zoals in de jaarrekening van de vennootschap wordt vermeld, is verdwenen en meer dan een kwart van dit vermogen tijdens de afgelopen twaalf maanden is verloren gegaan, of
— voor alle ondernemingsvormen: wanneer de onderneming volgens het nationale recht aan de voorwaarden voldoet om aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen.