Art. 59 Verordening (EG) nr. 450/2008, Zekerheidstelling
1. Een zekerheid kan in een van de volgende vormen worden gesteld:
a) door storting van contant geld of door iedere andere vorm van betaling die door de douaneautoriteiten wordt gelijkgesteld met een storting van contant geld, in euro of in de valuta van de lidstaat waar de zekerheid wordt geëist;
b) door borgstelling;
c) door een andere vorm van zekerheid die een gelijkwaardige garantie voor de betaling van het met de douaneschuld overeenkomende bedrag aan in- of uitvoerrechten en andere heffingen biedt.
Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die de in c) in de eerste alinea van dit lid bedoelde vormen van zekerheid vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
2. Een zekerheid in de vorm van een storting van contant geld of een daarmee gelijkgestelde betaling dient te worden gesteld overeenkomstig de geldende voorschriften in de lidstaat waar de zekerheid wordt geëist.