Art. 55 Verordening (EG) nr. 450/2008, Plaats waar de douaneschuld ontstaat

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. Een douaneschuld ontstaat op de plaats waar de in de artikelen 44, 45 en 48 bedoelde douaneaangifte of mededeling van wederuitvoer wordt ingediend of waar de in artikel 110, lid 3, bedoelde aanvullende aangifte moet worden ingediend.

In alle andere gevallen is de plaats waar een douaneschuld ontstaat, de plaats waar de feiten zich voordoen die tot het ontstaan van deze schuld leiden.

Indien deze plaats niet kan worden bepaald, ontstaat de douaneschuld op de plaats waar de douaneautoriteiten vaststellen dat de goederen zich in een situatie bevinden die tot het ontstaan van een douaneschuld heeft geleid.

2. Indien de goederen zich onder een niet-gezuiverde douaneregeling bevinden en de plaats niet overeenkomstig lid 1, tweede of derde alinea, binnen een bepaalde termijn kan worden vastgesteld, ontstaat de douaneschuld op de plaats waar de goederen onder de betrokken regeling zijn geplaatst dan wel het douanegebied van de Gemeenschap onder deze regeling zijn binnengekomen.

Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die de in de eerste alinea van dit lid bedoelde termijn vastlegt, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3. Indien uit de gegevens waarover de douaneautoriteiten beschikken, blijkt dat de douaneschuld op verschillende plaatsen kan zijn ontstaan, wordt de douaneschuld geacht te zijn ontstaan op de plaats waar deze schuld het eerst is ontstaan.

4. Indien een douaneautoriteit vaststelt dat krachtens artikel 46 of 49 in een andere lidstaat een douaneschuld is ontstaan en het met die schuld overeenkomend bedrag aan in- of uitvoerrechten minder is dan 10 000 EUR, wordt deze geacht te zijn ontstaan in de lidstaat waarin het ontstaan van die douaneschuld is vastgesteld.