Art. 111 Verordening (EG) nr. 450/2008, Persoon die een aangifte indient

Verordening (EG) nr. 450/2008

1. Onverminderd artikel 110, lid 1, kan een douaneaangifte worden gedaan door eenieder die in staat is alle bescheiden over te leggen of ter beschikking te stellen die vereist zijn voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen worden aangegeven. Die persoon dient ook in staat te zijn de goederen bij het bevoegde douanekantoor aan te brengen of te doen aanbrengen.

Indien de aanvaarding van een douaneaangifte evenwel bijzondere verplichtingen voor een bepaalde persoon meebrengt, moet de aangifte door deze persoon zelf of door zijn vertegenwoordiger worden gedaan.

2. De aangever dient in het douanegebied van de Gemeenschap te zijn gevestigd. De volgende aangevers hoeven evenwel niet in de Gemeenschap gevestigd te zijn:

— personen die een aangifte voor douanevervoer of tot tijdelijke invoer indienen;

— personen die incidenteel goederen aangeven voor zover de douaneautoriteiten dat gerechtvaardigd achten.

3. Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder vrijstelling van de in lid 2 genoemde vereisten kan worden verleend, vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.