Art. 106 Verordening (EG) nr. 450/2008, Gecentraliseerde vrijmaking
1. De douaneautoriteiten kunnen een persoon machtigen om bij het douanekantoor dat verantwoordelijk is voor de plaats waar hij is gevestigd, een douaneaangifte in te dienen of beschikbaar te stellen voor goederen die bij een ander douanekantoor bij de douane worden aangebracht. In dergelijke gevallen wordt de douaneschuld geacht te zijn ontstaan bij het douanekantoor waar de douaneaangifte wordt ingediend of beschikbaar wordt gesteld.
2. Het douanekantoor waar de douaneaangifte wordt gedaan of beschikbaar wordt gesteld, vervult de formaliteiten voor de verificatie van de aangifte, de invordering van het met een douaneschuld overeenkomende bedrag aan in- of uitvoerrechten en de vrijgave van de goederen.
3. Het douanekantoor waar de goederen worden aangebracht, verricht, onverminderd zijn eigen controles voor beveiligings- en veiligheidsdoeleinden, ieder onderzoek waarom op terechte gronden wordt verzocht door het douanekantoor waar de douaneaangifte is gedaan of beschikbaar is gesteld en staat de vrijgave van de goederen toe, rekening houdend met de informatie van dat douanekantoor.
4. Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die met name regels met betrekking tot:
a) de in lid 1 bedoelde verlening van vergunningen;
b) de gevallen waarin de vergunning wordt geëvalueerd;
c) de voorwaarden waarop de vergunning wordt verleend;
d) de vaststelling van de douaneautoriteit die bevoegd is voor het verlenen van deze vergunning;
e) het overleg met en de informatieverstrekking aan andere douaneautoriteiten, waar nodig;
f) de omstandigheden waarin de vergunning kan worden geschorst of ingetrokken;
g) de specifieke taak en verantwoordelijkheden van de betrokken bevoegde douanekantoren, in het bijzonder met betrekking tot de uit te voeren controles;
h) de vorm waarin de formaliteiten moeten worden vervuld en de eventuele termijn daarvoor;
vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
In die maatregelen wordt rekening gehouden met het volgende:
— ten aanzien van punt c), wanneer er meer dan één lidstaat bij is betrokken, het voldoen door de aanvrager aan de criteria in artikel 14 voor het toekennen van de status van geautoriseerd marktdeelnemer;
— ten aanzien van punt d), de plaats waar de hoofdadministratie voor douanedoeleinden van de aanvrager zich bevindt of waar ze toegankelijk is, teneinde de op een audit gebaseerde controle te vergemakkelijken, en waar op zijn minst een deel van de activiteiten die onder de vergunning moeten vallen, zal worden uitgevoerd.