Art. 114 Verordening (EG) nr. 450/2008, Ongeldigmaking van een aangifte
1. Op verzoek van de aangever maken de douaneautoriteiten een reeds aanvaarde aangifte ongeldig in de volgende gevallen:
a) indien te hunner genoegen wordt aangetoond dat de goederen onmiddellijk onder een andere douaneregeling zullen worden geplaatst;
b) indien te hunner genoegen wordt aangetoond dat ten gevolge van bijzondere omstandigheden de plaatsing van de goederen onder de douaneregeling waarvoor zij zijn aangegeven, niet meer gerechtvaardigd is.
Indien de douaneautoriteiten de aangever evenwel in kennis hebben gesteld van hun voornemen de goederen aan een onderzoek te onderwerpen, kan het verzoek tot ongeldigmaking van de aangifte slechts worden aanvaard nadat het onderzoek heeft plaatsgevonden.
2. De aangifte kan niet ongeldig worden gemaakt nadat de goederen zijn vrijgegeven.
Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen, die uitzonderingen op de eerste alinea van dit lid vastleggen, worden vastgesteld volgens de in artikel 184, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.