Art. 44 Verordening (EG) nr. 376/2008
1. Indien de wederinvoer van de producten in het kader van de regeling voor terugkerende goederen wordt gevolgd door uitvoer van equivalente producten van dezelfde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur en de zekerheid voor het certificaat dat is gebruikt bij de uitvoer van de producten die opnieuw zijn ingevoerd, overeenkomstig artikel 43 zou moeten worden verbeurd, wordt deze zekerheid op verzoek van de belanghebbenden vrijgegeven.
2. Het moet gaan om een uitvoertransactie:
a) waarvoor de aangifte is aanvaard:
i) uiterlijk binnen twintig dagen na de dag van aanvaarding van de aangifte ten wederinvoer van de terugkerende producten, en
ii) onder dekking van een nieuw uitvoercertificaat indien de geldigheidsduur van het oorspronkelijke uitvoercertificaat op de datum van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer van de equivalente producten is verstreken;
b) die betrekking heeft:
i) op dezelfde hoeveelheid producten, en
ii) op producten die voor dezelfde geadresseerde zijn bestemd als die welke bij de oorspronkelijke uitvoertransactie was vermeld, behoudens in de gevallen als bedoeld in artikel 844, lid 2, onder c) of d), van Verordening (EEG) nr. 2454/93.
De exporteur moet ten genoegen van het douanekantoor van uitvoer de nodige gegevens betreffende de kenmerken van het product en de bestemming verstrekken.
3. De zekerheid wordt vrijgegeven zodra aan de instantie van afgifte van het certificaat het bewijs is geleverd dat de in dit artikel bedoelde voorwaarden zijn vervuld. Dit bewijs wordt geleverd door overlegging:
a) van de aangifte ten uitvoer voor de equivalente producten of een door de bevoegde diensten voor eensluidend gewaarmerkte kopie of fotokopie daarvan, waarop een van de in bijlage III, deel H, opgenomen vermeldingen is aangebracht; deze vermelding moet worden geauthentiseerd met het stempel van het betrokken douanekantoor, dat rechtstreeks op het als bewijsstuk dienende document wordt aangebracht; en
b) van een document waaruit blijkt dat de producten het douanegebied van de Gemeenschap, behoudens overmacht, binnen een termijn van 60 dagen te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer hebben verlaten.