Art. 42 Verordening (EG) nr. 376/2008

Verordening (EG) nr. 376/2008

1. Voor de producten waarvoor een uitvoercertificatenregeling geldt of die in aanmerking kunnen komen voor toepassing van een regeling inzake vaststelling vooraf van restituties of andere bedragen bij uitvoer, kan de regeling voor terugkerende goederen als bedoeld in titel VI, hoofdstuk 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 slechts worden toegepast indien de volgende bepalingen in acht zijn genomen:

a) is zonder uitvoer- of voorfixatiecertificaat uitgevoerd, dan moet bij gebruik van het in artikel 850 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde inlichtingenblad INF 3 in vak A daarvan een van de in bijlage III, deel G, bij deze verordening opgenomen vermeldingen zijn aangebracht;

b) is onder dekking van een uitvoer- of voorfixatiecertificaat uitgevoerd, dan geldt het bepaalde in artikel 43.

2. Indien de wederinvoer van de terugkerende producten loopt:

a) over een douanekantoor in een andere lidstaat dan de lidstaat van uitvoer, wordt het bewijs dat artikel 43, lid 1, onder a) of b), in acht is genomen, geleverd door middel van het in artikel 850 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde inlichtingenblad INF 3;

b) over een douanekantoor in dezelfde lidstaat, wordt het bewijs dat lid 1, onder a), of artikel 43, lid 1, onder a) of b), in acht is genomen, geleverd op de door de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat voorgeschreven wijze.

3. Lid 1, onder a), geldt niet in de gevallen als bedoeld in artikel 844, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2454/93.