Art. 41 Verordening (EG) nr. 376/2008

Verordening (EG) nr. 376/2008

1. Indien een handelaar naar aanleiding van een geval van overmacht heeft verzocht om verlenging van de geldigheidsduur van een certificaat met vaststelling vooraf van de uitvoerheffing of de uitvoerrestitutie en indien de bevoegde instantie over dit verzoek nog geen besluit heeft genomen, kan de handelaar bij deze instantie een tweede certificaat aanvragen. Dit tweede certificaat wordt afgegeven overeenkomstig de op het tijdstip van deze aanvraag geldende bepalingen met dien verstande evenwel dat:

a) het certificaat wordt afgegeven voor ten hoogste de nietgebruikte hoeveelheid van het eerste certificaat waarvoor om verlenging van de geldigheidsduur is verzocht;

b) in vak 20 van het certificaat een van de in bijlage III, deel F opgenomen vermeldingen moet voorkomen.

2. Zodra de bevoegde instantie het verzoek om verlenging van de geldigheidsduur van het eerste certificaat heeft ingewilligd:

a) worden op het eerste certificaat de hoeveelheden afgeschreven waarvoor het tweede certificaat is gebruikt, voor zover:

i) dit gebruik heeft plaatsgevonden door de handelaar die het recht heeft het eerste certificaat te gebruiken, en

ii) dit gebruik tijdens de verlengde geldigheidsduur heeft plaatsgevonden;

b) wordt voor de onder a) bedoelde hoeveelheid de voor het tweede certificaat gestelde zekerheid vrijgegeven;

c) brengt in voorkomend geval de instantie van afgifte van de certificaten de bevoegde instantie van de lidstaat waar het tweede certificaat is gebruikt, op de hoogte met het oog op rectificatie van het geheven, respectievelijk toegekende bedrag.

3. In die gevallen waarin de bevoegde instantie vaststelt dat er geen overmacht is of overeenkomstig artikel 40 besluit dat het eerste certificaat moet worden geannuleerd, blijven de uit het tweede certificaat voortvloeiende rechten en verplichtingen voortbestaan.