Art. 12 Verordening (EG) nr. 1580/2007, Normcontroles op de plaats van invoer
Verordening (EG) nr. 1580/2007
1. Producten uit derde landen worden, alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht, aan een handelsnormcontrole onderworpen.
De importeurs stellen de controle-instanties in kennis van alle gegevens die deze instanties noodzakelijk achten voor de organisatie en uitvoering van de in lid 2 en in artikel 16, lid 1, vermelde controles.
2. Onverminderd afdeling 3 verricht de bevoegde controle-instantie op de plaats van invoer voor elke ingevoerde partij een normcontrole en geeft zij, indien de producten aan de normen voldoen, een normcontrolecertificaat volgens het model in bijlage III af. Wanneer een voor invoer bestemde zending uit verschillende partijen bestaat, mag voor deze partijen een gezamenlijk normcontrolecertificaat worden afgegeven, mits de ingevoerde partijen afzonderlijk op het certificaat worden vermeld.
3. De douaneautoriteit geeft slechts dan toestemming om de goederen in het vrije verkeer te brengen:
a) als de goederen vergezeld gaan van het in lid 2 bedoelde certificaat, het in artikel 14, lid 1, bedoelde certificaat of het in artikel 19, lid 2, bedoelde certificaat, of
b) als de bevoegde controle-instantie de douaneautoriteit op passende wijze heeft gemeld dat voor de betrokken partijen één van deze certificaten is afgegeven.
4. In afwijking van de leden 1, 2 en 3, hoeft de bevoegde controle-instantie op de plaats van invoer bepaalde partijen niet te controleren als zij het risico gering acht dat deze partijen niet aan de normen voldoen. Zij doet de douaneautoriteit hieromtrent een van haar stempel voorziene verklaring toekomen of informeert de douaneautoriteit op enigerlei andere manier, waarna de laatstgenoemde autoriteit de goederen kan inklaren.
Voor de toepassing van de eerste alinea stelt de controle-instantie vooraf de criteria vast aan de hand waarvan het risico dat partijen niet aan de normen voldoen, kan worden beoordeeld, en stelt zij op basis van een risicoanalyse voor elke door die instantie omschreven soort invoer vast op welke minimumpercentages van de zendingen en hoeveelheden de bevoegde controle-instantie op de plaats van invoer een normcontrole moet verrichten. In ieder geval moet elk op grond van dit lid vastgesteld percentage aanzienlijk hoger zijn dan de op grond van artikel 16, lid 1, toegepaste percentages.
5. Om de uniforme toepassing van lid 4 in de lidstaten te bevorderen, stelt de Commissie gemeenschappelijke richtsnoeren voor de toepassing van dat lid vast. De coördinerende autoriteit stelt de Commissie onverwijld in kennis van de voorschriften voor de toepassing van lid 4, met inbegrip van de in lid 4, tweede alinea, bedoelde criteria en minimumpercentages, alsmede van elke latere wijziging van die voorschriften.
6. Wanneer bij invoer uit een derde land een partij goederen niet conform de normen wordt bevonden, stelt de coördinerende autoriteit van de betrokken lidstaat de Commissie en de coördinerende autoriteiten van de lidstaten die daarmee te maken kunnen krijgen, onverwijld daarvan in kennis en deze laatste autoriteiten zorgen op hun grondgebied voor de nodige verspreiding van de informatie. Kennisgeving aan de Commissie vindt plaats via het door de Commissie bepaalde elektronische systeem.