Art. 11, Normcontroles op de plaats van uitvoer

1. Alvorens voor uitvoer naar derde landen bestemde producten het douanegebied van de Gemeenschap verlaten, controleert de bevoegde controle-instantie op de plaats van uitvoer of die producten aan de handelsnormen voldoen.

De exporteurs stellen de controle-instanties in kennis van alle gegevens die deze instanties noodzakelijk achten voor de organisatie en uitvoering van de controles.

2. Voor elke betrokken categorie marktdeelnemers kunnen de lidstaten op basis van een risicoanalyse bepalen op welk minimumpercentage van de zendingen en hoeveelheden de bevoegde controle-instantie op de plaats van uitvoer een normcontrole moet verrichten. Dit percentage moet hoog genoeg zijn om te kunnen nagaan of de communautaire regelgeving in acht wordt genomen. Als bij deze controles significante onregelmatigheden aan het licht komen, verhogen de controle-instanties het te controleren percentage zendingen voor de betrokken marktdeelnemers.

De lidstaten mogen de in de eerste alinea bedoelde bepalingen toepassen op marktdeelnemers die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) zij bieden voor door hen afgezette groenten en fruit voldoende garanties voor een constant hoog peil van normhandhaving;

b) zij beschikken over controlepersoneel dat een door de lidstaat erkende opleiding heeft gevolgd;

c) zij verbinden zich ertoe om op de door hen afgezette goederen een normcontrole te verrichten; en

d) zij verbinden zich ertoe een register van alle door hen uitgevoerde controles bij te houden.

3. Wanneer de in lid 1 bedoelde controles zijn uitgevoerd, geeft de controle-instantie een normcontrolecertificaat volgens het model in bijlage III af voor elke voor uitvoer bestemde partij die zij conform de handelsnormen heeft bevonden. Wanneer een voor uitvoer bestemde zending uit verschillende partijen bestaat, mag voor deze partijen een gezamenlijk normcontrolecertificaat worden afgegeven, mits de uitgevoerde partijen afzonderlijk op het certificaat worden vermeld.

Wanneer de bevoegde controle-instantie op de plaats van uitvoer de partijen waarop het normcontrolecertificaat betrekking heeft, niet overeenkomstig lid 2 heeft gecontroleerd, moet in vak 13 (opmerkingen) van het certificaat de vermelding „interne controle (artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 0000/2007” worden aangebracht.

4. De bevoegde douaneautoriteit aanvaardt de aangifte ten uitvoer alleen als:

a) de goederen vergezeld gaan van het in lid 3 bedoelde certificaat, dan wel van het in artikel 19, lid 2, bedoelde certificaat, of

b) de bevoegde controle-instantie de douaneautoriteit op passende wijze heeft gemeld dat voor de betrokken partijen één van deze certificaten is afgegeven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen