Art. 91 Verordening (EG) nr. 718/2007, Opstelling en goedkeuring van grensoverschrijdende programma's
1. Steun aan grensoverschrijdende samenwerking als bedoeld in artikel 86, lid 1, wordt in beginsel toegekend binnen het kader van meerjarige programma's voor grensoverschrijdende samenwerking, hierna „grensoverschrijdende programma's” genoemd.
2. Grensoverschrijdende programma's worden voor elke grens of groep grenzen opgesteld door een geschikte groep NUTS-niveau III-regio's, of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.
3. Elk grensoverschrijdend programma wordt gezamenlijk opgesteld door de deelnemende landen, in samenwerking met de partners als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1083/2006.
4. De deelnemende landen dienen bij de Commissie gezamenlijk een voorstel in voor een grensoverschrijdend programma, met daarin alle elementen waarnaar in artikel 94 wordt verwezen.
5. De Commissie onderzoekt het voorgestelde grensoverschrijdende programma en gaat na of het alle elementen bevat waarnaar in artikel 94 wordt verwezen en of het bijdraagt tot de doelstellingen en prioriteiten van het relevante indicatieve meerjarenplan als bedoeld in artikel 5.
Indien de Commissie van oordeel is dat een grensoverschrijdend programma niet alle elementen bevat waarnaar in artikel 94 wordt verwezen, of niet overeenstemt met de doelstellingen en prioriteiten van het relevante indicatieve meerjarenplan, kan zij de deelnemende landen verzoeken alle noodzakelijke aanvullende informatie te verstrekken en indien nodig het voorgestelde programma dienovereenkomstig te wijzigen.
6. De Commissie hecht bij besluit goedkeuring aan het grensoverschrijdende programma.