Art. 89 Verordening (EG) nr. 718/2007, Subsidiabiliteit van de uitgaven

Verordening (EG) nr. 718/2007

1. Uitgaven uit hoofde van deze afdeling komen voor steun in aanmerking indien zij zijn betaald tussen 1 januari 2007 en 31 december van het derde jaar dat volgt op de laatste vastlegging, voor activiteiten of delen van activiteiten in de lidstaten, en zijn gemaakt na de ondertekening van de financiële overeenkomst, voor activiteiten of delen van activiteiten in begunstigde landen.

2. Naast de regel van artikel 34, lid 3, komen de volgende uitgaven niet in aanmerking:

a) debetrente;

b) aankoop van grond voor een bedrag van meer dan 10 % van de subsidiabele uitgaven voor de betrokken activiteit;

3. In afwijking van artikel 34, lid 3, komen de volgende uitgaven in aanmerking:

a) belastingen op de toegevoegde waarde, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

i) de btw kan op geen enkele manier worden teruggewonnen,

ii) het staat vast dat de btw door de eindbegunstigde is betaald, en

iii) de btw wordt duidelijk aangegeven in het projectvoorstel.

b) kosten voor transnationale financiële transacties;

c) indien de tenuitvoerlegging van een activiteit de opening van een of meer aparte rekeningen noodzakelijk maakt, de bankkosten voor het openen en beheren van die rekeningen;

d) kosten van juridisch advies, notariskosten, kosten voor technische of financiële expertise en boekhoud- of auditkosten, indien zij rechtstreeks betrekking hebben op de medegefinancierde activiteit en noodzakelijk zijn voor de uitvoering of voorbereiding ervan;

e) kosten voor garanties gegeven door een bank of een andere financiële instelling, voor zover de garanties vereist zijn ingevolge de nationale of de communautaire wetgeving;

f) overheadkosten, mits zij gebaseerd zijn op de werkelijke kosten van uitvoering van de activiteit in kwestie; op de gemiddelde kosten gebaseerde vaste bedragen mogen niet meer bedragen dan 25 % van de directe kosten van een activiteit die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de overheadkosten; de berekening wordt degelijk gedocumenteerd en geregeld herzien.

4. Naast de technische bijstand voor het grensoverschrijdende programma als bedoeld in artikel 94, zijn de volgende uitgaven van de overheid voor de voorbereiding of uitvoering van een activiteit subsidiabel:

a) de kosten voor expertise verstrekt door een overheid die niet eindbegunstigde is, voor de voorbereiding of uitvoering van een activiteit;

b) de kosten voor de verlening van diensten die verband houden met de voorbereiding en de tenuitvoerlegging van een activiteit door een overheid die zelf de eindbegunstigde is en de activiteit voor eigen rekening uitvoert zonder een beroep te doen op andere externe dienstverleners, indien deze kosten aanvullende kosten zijn en betrekking hebben op de werkelijke en rechtstreeks voor de medefinancieringsoperatie betaalde kosten.

De betrokken overheid factureert de onder a) vermelde kosten aan de eindbegunstigde of certificeert deze kosten aan de hand van boekhoudkundige stukken met gelijkwaardige bewijskracht, waardoor de werkelijke kosten die voor die activiteit door de betrokken overheid zijn gedaan, kunnen worden gestaafd.

De onder b) genoemde kosten worden gecertificeerd aan de hand van documenten die het mogelijk maken de werkelijke kosten die door de betrokken overheid voor die activiteit zijn gedaan, vast te stellen.

5. Onverminderd de bepalingen van de leden 1 tot 4 kunnen door de aan het grensoverschrijdende programma deelnemende landen verdere regels voor de subsidiabiliteit van uitgaven worden vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen