Art. 43 Verordening (EG) nr. 498/2007, Steekproef

Verordening (EG) nr. 498/2007

1. De steekproef van om de twaalf maanden te controleren concrete acties wordt in eerste instantie gebaseerd op een willekeurige statistische steekproefmethode zoals beschreven in de leden 2, 3 en 4. Bij wijze van aanvullende steekproef als beschreven in de leden 5 en 6 kunnen extra concrete acties worden geselecteerd.

2. Bij de methode voor het selecteren van de steekproef en het trekken van conclusies uit de resultaten wordt rekening gehouden met internationaal aanvaarde auditnormen; de methode moet worden gedocumenteerd. Gelet op het bedrag aan uitgaven, het aantal en het soort concrete acties en andere relevante factoren, stelt de auditautoriteit de geschikte statistische steekproefmethode vast die moet worden toegepast. De technische parameters van de steekproef worden vastgesteld volgens bijlage IV.

3. De om de twaalf maanden te controleren steekproef wordt geselecteerd uit de concrete acties waarvoor de uitgaven bij de Commissie zijn gedeclareerd voor het operationele programma tijdens het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het in artikel 61, lid 1, onder e), i), van de basisverordening bedoelde jaarlijkse controleverslag aan de Commissie is medegedeeld. Voor de eerste periode van twaalf maanden kan de auditautoriteit besluiten de concrete acties waarvoor in 2007 en 2008 bij de Commissie uitgaven zijn gedeclareerd, te combineren als basis voor de selectie van de te controleren concrete acties.

4. De auditautoriteit trekt conclusies op basis van de resultaten van de audits betreffende de tijdens de in lid 3 bedoelde periode bij de Commissie gedeclareerde uitgaven en deelt die de Commissie mede in het jaarlijkse controleverslag. Bij operationele programma’s waarvoor het verwachte foutenpercentage boven de drempel van materiële fouten ligt, analyseert de auditautoriteit de significantie daarvan en neemt zij de nodige maatregelen en doet zij passende aanbevelingen, die in het jaarlijkse controleverslag worden medegedeeld.

5. De auditautoriteit beoordeelt regelmatig de dekking van de willekeurige steekproef, met name gelet op de noodzaak voldoende controlezekerheid te krijgen voor de verklaringen die moeten worden overgelegd bij de gedeeltelijke en definitieve afsluiting van het operationele programma. Zij beslist op grond van haar deskundig oordeel of het noodzakelijk is een aanvullende steekproef van extra concrete acties te controleren teneinde rekening te houden met geconstateerde specifieke risicofactoren en teneinde voor het programma voldoende dekking te waarborgen van de verschillende soorten concrete acties, begunstigden, bemiddelende instanties en prioritaire zwaartepunten.

6. De auditautoriteit trekt conclusies op basis van de resultaten van de audits van de aanvullende steekproef en deelt die de Commissie mede in het jaarlijkse controleverslag. Wanneer het aantal geconstateerde onregelmatigheden groot is of wanneer systematische onregelmatigheden zijn geconstateerd, analyseert de auditautoriteit de significantie daarvan en neemt zij de nodige maatregelen en doet zij aanbevelingen, die in het jaarlijkse controleverslag worden medegedeeld. De resultaten van de audits van de aanvullende steekproef worden los van die van de willekeurige steekproef geanalyseerd. Met name worden bij de berekening van het foutenpercentage van de willekeurige steekproef de in de aanvullende steekproef geconstateerde onregelmatigheden buiten beschouwing gelaten.