Art. 39 Verordening (EG) nr. 498/2007, Beheersautoriteit

Verordening (EG) nr. 498/2007

1. Voor de selectie en goedkeuring van concrete acties uit hoofde van artikel 59, onder a), van de basisverordening draagt de beheersautoriteit er zorg voor dat de begunstigden worden geïnformeerd over de specifieke voorwaarden betreffende de in het kader van de concrete actie te leveren producten of diensten, het financieringsplan, de uitvoeringstermijn en de financiële en andere informatie die moet worden bewaard en medegedeeld. Zij vergewist zich ervan dat de begunstigde in staat is aan deze voorwaarden te voldoen, voordat de goedkeuringsbeschikking wordt vastgesteld.

2. De door de beheersautoriteit uit hoofde van artikel 59, onder b), van de basisverordening te verrichten verificaties hebben betrekking op de administratieve, financiële, technische en materiële aspecten van concrete acties, voor zover van toepassing.

Bij de verificaties wordt nagegaan of de gedeclareerde uitgaven daadwerkelijk zijn gedaan, of de producten of diensten conform de goedkeuringsbeschikking zijn geleverd, of de verzoeken tot terugbetaling van de begunstigde correct zijn en of de uitgaven in overeenstemming zijn met de communautaire en nationale voorschriften. De verificaties omvatten procedures om een dubbele financiering van uitgaven, waarbij ook in het kader van andere communautaire of nationale regelingen of andere programmeringsperioden een financiering wordt verkregen, te voorkomen.

De verificaties omvatten de volgende procedures:

a) administratieve verificaties met betrekking tot elk verzoek tot terugbetaling van begunstigden;

b) controles ter plaatse van afzonderlijke concrete acties.

3. Indien voor een operationeel programma controles ter plaatse uit hoofde van lid 2, onder b), aan de hand van een steekproef worden verricht, houdt de beheersautoriteit documenten bij waarin de steekproefmethode wordt beschreven en gemotiveerd, en waarin de voor verificatie geselecteerde concrete acties of transacties worden vermeld.

De beheersautoriteit stelt de steekproefomvang zodanig vast dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen omtrent de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties, gelet op het door de beheersautoriteit voor het soort begunstigden en de betrokken concrete acties vastgestelde risiconiveau.

De beheersautoriteit beziet de steekproefmethode elk jaar opnieuw.

4. De beheersautoriteit stelt schriftelijke normen en procedures voor de krachtens lid 2 te verrichten verificaties vast en houdt voor elke verificatie de uitgevoerde werkzaamheden bij, de datum en resultaten van de verificatie, en de maatregelen die ten aanzien van aan het licht gekomen onregelmatigheden zijn genomen.

5. Indien de beheersautoriteit in het kader van het operationele programma tevens begunstigde is, moeten de regelingen voor de in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel bedoelde verificaties overeenkomstig artikel 57, lid 1, onder b), van de basisverordening een adequate functiescheiding waarborgen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen